zondag 28 juni 2020

 

Zondag 28 juni 2020

Lezingen:

Lezing Eerste Testament: Psalm 103, 1-13

Lezing Nieuwe Testament: Marcus 2, 13-17

Voorganger: ds.Dick van der Vaart

 

Gemeente van Christus,

Zoals u weet werd het land Israël in Jezus’ tijd bezet door de Romeinen. De Romeinen stonden de inwoners van de door hen bezette gebieden godsdienstvrijheid toe om ze niet onnodig tegen zich in het harnas te jagen. Zo mochten ook de Joden, ten tijde van Jezus, hun godsdienst in vrijheid beleven. Maar door de Romeinse bezetting beïnvloedde het leven in Israël toch op zo’n wijze dat het Joodse geloof dreigde te verwateren. Het volk Israël dreigde van zijn God te vervreemden.

De Farizese Schriftgeleerden wilden dicht bij de God van Israël blijven. Ze gaven God in hun dagelijks leven een centrale plaats. Dat deden ze door zich zo nauwkeurig mogelijk aan de voorschriften van de Joodse Wet te houden. En niet alleen dat: om te voorkomen dat ze onbewust en ongewild een regel van de wet zouden overtreden, voegden ze ook nog eens eigen regeltjes aan de wet toe. Ze bouwden een hek om de wet, zo werd dat genoemd.

Hun bedoeling was heel goed: dicht bij God blijven, dicht bij God leven. Maar het lijkt erop dat ze uit het oog verloren dat de wet geen wet is, maar Thora d.w.z. richtingwijzer en wel richtingwijzer naar een rechtvaardige, liefdevolle en zorgzame samenleving van mensen die dicht bij God leven.

In plaats van richtingwijzer werd de Thora wet, doel in zich. Ten onrechte werd later gezegd dat dit de essentie van het Joodse geloof zou zijn. Dat klopt niet. Essentieel voor het Joodse geloof is de visie dat de Thora geen doel in zich is maar richtingwijzer. Wanneer Jezus zegt dat de mens er niet is voor de wet maar dat de wet er is voor de mens, dan is dat geen christelijke uitspraak maar een joodseuitspraak. Hij herinnert de Farizese Schriftgeleerden aan de essentie van het Jodendom.

In Marcus 2 lezen wij dat de Farizeeërs zien Dat Jezus eet met tollenaars en zondaars. Dat maakt ze boos. Ze vragen verontwaardigd aan Zijn leerlingen: “Eet Hij met tollenaars en zondaars? “

Ze zijn boos en verontwaardigd omdat ze dat zelf nooit zouden doen. Ze houden zich strikt aan allerlei reinigingsvoorschriften en hebben daar zelf nog regels aan toegevoegd (een hek omheen gebouwd) en het is voor hen ondenkbaar dat ze aan tafel zouden zitten met mensen die zich niet zo strikt aan die regels houden.

Zij spanden zich tot het uiterste in om het volk Israël bij hun God te houden en dan komt daar die populaire rabbi Jezus, die toch hetzelfde doel voor ogen zou moeten hebben maar Hij schuift de reinigingsvoorschriften zo maar aan de kant.

Tegen de verontwaardigde Farizeeërs zegt Jezus:
“Gezonde mensen hebben geen dokter nodig maar zieken wel. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen maar zondaars. “

Jezus weet en leeft voor dat de Thora geen doel is maar middel. Het doel van de Thora is mensen te leren God lief te hebben en naaste als zichzelf. Door met tollenaars en zondaars te eten laat Jezus zien dat Hij ze liefheeft.

Tollenaars werden gehaat omdat ze collaboreerden met de Romeinse bezetter en mensen geld afpersten.  Zondaars waren mensen die zich niet zo precies hielden aan de voorschriften van de Thora als de Farizeeën wenselijk achten. Daarom wilden ze met hen niets te maken hebben. De Farizeeën sloten mensen buiten. Door met tollenaars en zondaars te eten maakt Jezus duidelijk: Ik sluit niemand buiten.

Jezus laat ons zien Wie God is. Jezus was doorzichtig tot op God. Jezus sloot niemand buiten. Daaruit kunnen wij concluderen dat God niemand buiten sluit.

Dit betekent dat de kerk met het beeld van een God die mensen voor eeuwig verloren zou laten gaan ernaast zat. Niemand wordt door God buitengesloten. Het is een heel onbarmhartige gedachte dat God mensen voor eeuwig buiten zou sluiten. En wanneer je gelooft dat God mensen buitensluit dan zet je daarmee de eerste stap om dat zelf ook te doen.

Nog moeilijker om te geloven dat God niemand buiten sluit is het om te geloven dat God jou niet buitensluit. We kijken dikwijls uiterst kritisch naar onszelf. Dikwijls hebben we het gevoel dat we tekortschieten, dat we het verkeerd gedaan hebben, dat we geen goede vader, moeder, zoon, dochter, echtgenoot, broer of zus zijn. Dikwijls voelen we ons minderwaardig, lelijk, dom. Dikwijls hebben we het gevoel dat we niets voorstellen. Dikwijls denken we te hebben gefaald. Dikwijls voelen we ons schuldig en schamen we ons.

Wanneer je de evangeliën aandachtig leest dan zie je dat Jezus bij iedere ontmoeting, bij ieder woord dat Hij spreekt, bij ieder gebaar dat hij maakt en met iedere blik in zijn ogen steeds weer opnieuw de liefde van God doorgeeft. Door Hem heen straalt het licht en de liefde van God.

Denk aan de gelijkenis van de verloren zoon. De jongste zoon die naar het buitenland gegaan was voelde zich schuldig, schaamde zich voor zijn gedrag, haatte zichzelf, durfde niet naar huis. Maar hij overwint zijn angst gaat toch en dan staat zijn vader al op de uitkijk: komt mijn zoon er al aan? En wanneer hij hem in het oog krijgt holt hij hem tegemoet kust hem en sluit hem in zijn armen. Zo is God!

Denk aan de ontmoeting van Jezus met de Samaritaanse vrouw bij de bron. De vrouw dacht dat Jezus haar als Samaritaanse zou buitensluiten. Maar Jezus spreekt haar liefdevol aan en geeft haar die zichzelf was kwijtgeraakt weer aan zichzelf terug.

Denk aan het prachtige visioen van Julian van Norwich. Zij zag hoe de troon van God op aarde stond en Adam in gesprek was met God. Zij hoorde hoe God Adam vroeg om iets voor hem te doen. En Adam, blij dat hij iets voor God kon doen rende weg om het uit te voeren. In zijn haast struikelt Adam en valt voorover in de modder. Dan ligt Adam daar en hij schaamt zich dood. Hij voelt dat hij gefaald heeft. Hij durft niet om te kijken omdat hij denkt dat God met een vertoond gelaat naar hem kijkt. “Arme Adam “zegt Julian van Norwich “had Adam maar omgekeken, dan had hij kunnen zien dat Gods gelaat geen ogenblik vertoornd was maar steeds liefdevol naar hem toegenegen was. “ 

Dit heeft Jezus op allerlei manieren steeds weer duidelijk proberen te maken aan de mensen. Dit is de kern van het evangelie: Nog nooit heeft God ook maar één miljoenste van een seconde met een toornig gelaat naar u gekeken. Voortdurend vanaf uw geboorte tot dit moment kijkt God naar u met een liefdevolle blik.

Wanneer u dit tot u laat doordringen, werkelijk tot u laat doordringen, wordt u een ander mens.

Amen.

| in Preek van de week.