Collumn: “Verder kijken dan het bestaande”

 

ds. Hetty Boersma blikt terug op haar periode in Hoogeveen

“Verder kijken dan het bestaande”

Preektijgers, pastores, pioniers. Dat is de titel van een onlangs verschenen bundel over het predikant schap in deze tijd. De preektijger komt op de kansel het best tot haar recht, de pastor bij de mensen thuis. De pionier vind je in café of gemeentehuis om op deze ongebruikelijke plaatsen ‘kerk’ te zijn. De eerste is bijbelkenner en verkondiger, de tweede een mensenmens, de derde vooral vernieuwer. Leuk trouwens al die p’s aan het begin van elk woord in de boektitel. Ze allitereren zo lekker en zoals veel predikanten houd ik wel van woordvondsten. Maar ondertussen vraag ik me af welke van de drie aanduidingen voor de dominee het best bij me past.

Zondag 11 maart neem ik afscheid van Hoogeveen. Op twee maanden na heb ik hier elf jaar mijn ambt vervuld. Het is tijd voor een nieuwe start en zo op het eerste gezicht klikt het wel tussen Gramsbergen en mij. De PKN-ers daar zoeken iemand die een beetje van alles is: én kan preken én naast de mensen wil staan én nieuwe initiatieven ontwikkelt. Ik voel me door deze gemeente geroepen.

Preektijger

Diep in mijn hart vind ik preken het mooist. Daar ben ik eerlijk in. Ik reserveer in mijn werkweek één dag voor de voorbereiding op de kerkdienst. Er zijn tijden geweest dat ik op zondagochtend om vijf uur opstond, omdat ik er maar geen punt aan kon draaien. Die tijd is gelukkig voorbij. Vrijdagavond gaat de printer aan en liggen de teksten klaar.

In de preek is schriftuitleg belangrijk. Wat staat er nu eigenlijk? Wat gebeurt er? De historische uitleg (ontstaansgeschiedenis, auteur, enzovoort) raakt voor mij steeds meer op de achtergrond. Veel belangrijker vind ik het besef dat God hier en nu via deze oeroude woorden tot ons wil spreken. Dat is soms heerlijk en troostrijk, maar soms ook vernieuwend, prikkelend, uitdagend of zelfs onaangenaam. In de preek probeer samen met de hoorder naar het spreken van God te horen. Ik onderzoek en bespreek mogelijke reacties van mezelf of anderen. Door exegese en geestelijke lezing zoek ik naar de cruciale zin. Ik lees. Ik broed, denk na. Ik bel met mijn vriendin in Zeeland die ook dominee is en vaak met dezelfde tekst aan de slag is. De belangrijkste ontdekkingen komen overigens meestal pas als ik al aan het schrijven ben. Dan gaat ineens mijn hart sneller kloppen, stokt mijn adem: ja maar hier gaat het om!

Toen beamer en zondagsbrief nog niet bestonden, bedacht ik pas ná het maken van de preek de te zingen liederen. Dat kan nu niet meer. Nu heb ik de liturgie op woensdag al af. Als de cantorij zingt nog veel eerder. Ik hoop dat ik goede keuzes heb gemaakt, dat de dynamiek en inhoud van de bijbelteksten in heel de dienst terugkomen. Dat er aandacht is voor inkeer, lofprijzing, dank, bezinning. Voor traditie én vernieuwing. De kerk is immers een thuis, schenkt geborgenheid. Maar de kerk is ook opmaat tot een vernieuwd leven.

Op zondag sta ik om half acht op. Ik ben gezond gespannen, alert. Het kinkt misschien wat vroom, maar de kerkdienst is voor mij het hoogtepunt van de week. Het is net alsof op dat uur alles samenkomt. Ik houd mijn preek voor de gemeente, waartoe ik ook zelf behoor. Ik ben predikant, maar ik ben ook hoorder onder de hoorders. Ik word ook zelf door gebed, liederen en het Woord gesticht. Terwijl ik voorga, doe ik gewoon mijn best. Ik werk. Maar daarnaast ervaar ik vrijheid en ruimte. Ik voel mij mezelf. Ik ben op mijn plaats.

Pastor

Als pastor zie ik om naar de ziel van gemeenteleden en anderen die op mijn weg komen. Meestal komt pastoraat het meest tot zijn recht in het een-op-een gesprek, tijdens het huisbezoek. Steeds vaker ervaar ik deze gesprekken als heilige grond. Het is niet zomaar iets om geloof en leven te delen. Het vertrouwen van mijn gesprekspartners ervaar ik als een kostbaar geschenk. We trekken samen op, proberen het uit te houden in angstige tijden, delen vreugde en dankbaarheid, maar soms laat ik steken vallen. Lang niet altijd is alles goed gegaan.

De afgelopen tien jaar voelde ik een verlangen mij als pastor verder te ontwikkelen. Ik heb daarom een opleiding gevolgd in het contextueel pastoraat. Ik leerde kijken naar de enkeling te midden van zijn of haar familie, de voorgaande en komende generaties. Hoewel ik daar veel heb opgestoken, miste ik in deze opleiding de aandacht voor gebed, Bijbel, de verborgen omgang met God. Daarom heb ik de afgelopen drie jaar ook een studie geestelijke begeleiding gedaan. Dat was een schot in de roos, zowel voor mijn werk als voor mijzelf als privépersoon. Als extravert persoon merk ik hoe heilzaam inkeer, gebed en stilte zijn. Door meer ruimte te maken voor God, groei ik in het mens-zijn.

In het pastoraat – individueel, maar ook in groepsverband – probeer ik net even die onverwachte draai te maken. God niet meer als gespreksonderwerp, maar als ruimte waarin wij mogen leven. Niet praten óver God of Jezus, maar vanuit Jezus naar jezelf en de ander kijken. Theologie als kennis van of over God, en dus ook de theologische verschillen (vrijzinnig, evangelisch, midden-orthodox) vind ik niet meer zo essentieel. Liever ontdek ik samen met anderen hoe God en Bijbel verrassen, verrijken, bevrijden. Er gaan werelden open, grenzen worden doorbroken!

Pionier

De afgelopen tien jaar heeft ook in Hoogeveen de ontkerkelijking doorgezet. Ik heb daar last van. Gesprekken met mensen die zeggen dat de kerk hen niets meer zegt, gaan mij niet in de koude kleren zitten. Ook denk ik soms: heb ik gefaald? Hebben we als kerk fouten gemaakt?

Aan de andere kant: de weerstand tegen kerk en geloof kan soms diep gegrond zijn. Het leven vanuit de Bijbel staat vaak in scherp contrast met het leven waarin succes, winst en geld het belangrijkste zijn. Paulus zegt niet voor niets dat het evangelie voor de wereld ‘dwaas’ is (1 Korintiërs 1,27). Je moet maar er zin in hebben!

Gegronde weerzin doorbreek je niet met een viering op het parkeerterrein van de Oosterkerk, een levende kerststal of het Hoogerhuis (discussie tussen jong en oud met de burgemeester als jury). Maar voor degenen die om een andere reden onbekend zijn met de kerk, voor hen die de drempel naar de eredienst als te hoog ervaren, voor de mensen die zoeken naar meer toegankelijke vormen, voor hén is het pionieren van de kerk wel degelijk zinvol.

Zoals uit het voorgaande blijkt, is de eredienst voor mij het hart van de kerk. Maar dat neemt niet weg dat ik ook als predikant buiten de kerkmuren en buiten de vaste vormen van alles heb te zoeken en te vinden. Jezus wijst mij de weg naar Galilea, naar de buitengebieden, weg van de traditionele godsdienstigheid in Jeruzalem. Pionieren mag geen hobby van enkele predikanten zijn. Het is een opdracht van de Heer aan ons allen: ,,Ga!’’ (Mat. 28,19).

Trouwens ik hou er ook wel van verder te kijken dan het bestaande. Om samen met anderen te zoeken naar vormen die passen in déze tijd: met peuters een kerkdienst houden, op pelgrimstocht gaan, een burendag houden, dansen in de kerk of popmuziek. Maar ik krijg wel de kriebels als we moeten vernieuwen om te vernieuwen. Als we niet kiezen voor een stevige rots waarop we al dat nieuwe bouwen, dat wil zeggen God: Vader, Zoon en Geest. Een kerk zonder stevig fundament houdt het niet lang uit en heeft ook niets te vieren of te verkondigen.

Maar zo heb ik het in Hoogeveen niet ervaren. Ik ben dankbaar dat ik hier heb mogen werken als preektijger, pastor en pionier. Als predikant. Ik kijk terug op een zegenrijke en vruchtbare tijd. Het ga u goed!

ds. Hetty Boersma

| in Geen categorie.