Pasen 12 april 2020

 

Lezing: Johannes 20, 1-18
Voorganger: ds. Dick van der Vaart

Gemeente van Christus,

Wanneer je op een zaterdagmiddag in de Hoofdstraat aan willekeurige voorbijgangers zou vragen wat de inhoud is van het Paasfeest, dan zou je merken dat velen het antwoord niet kunnen geven.

Wanneer wij hun dan zouden vertellen dat we de opstanding van Jezus vieren, dan zou dat weinig indruk op ze maken. Ze zouden hun schouders ophalen, want, wat moeten ze met die informatie? Het ráákt ze niet.

Het zou hetzelfde zijn wanneer iemand tegen ons zou zeggen dat God in de vorige eeuw een ons volstrekt onbekende man uit de dood zou hebben opgewekt. Met die informatie zouden wij ook niets kunnen aanvangen omdat we helemaal niets weten over hem of over zijn leven. Daarom kunnen we niet van hem houden. En daarom laat zijn dood en eventuele opstanding ons onverschillig.

De opwekking uit de dood van iemand die we niet kennen is, als je het al gelooft, een opmerkelijk feit maar verder beïnvloedt het je leven niet.

De simpele boodschap dat God Jezus uit de dood heeft opgewekt is daarom niet voldoende om de mensen in de winkelstraat zich hierover te laten  verheugen.

De boodschap van Jezus’ opstanding zou voor hen pas een blijde boodschap zijn wanneer ze  van Jezus zouden zijn gaan hóuden. En ze kunnen pas van Jezus gaan houden wanneer ze de verhalen zouden kennen die in de vier evangeliën over Hem opgetekend zijn.

Wij zouden hen die verhalen moeten vertellen zodat ze liefde voor Hem kunnen gaan voelen. En pas wanneer ze hem in hun hart gesloten hebben kunnen ze verdriet voelen over Zijn lijden, ontzet raken over Zijn dood en zich verheugen over Zijn opstanding.

Pas dán zouden ze begrijpen wat wij met Pasen vieren.

Welke verhalen over Jezus zijn nu zó mooi dat degene die ze hoort of leest wel van Hem móet houden?

Ik denk aan het verhaal over Jezus en de kinderen. De leerlingen van Jezus willen de kinderen bij Hem vandaan houden. Maar Jezus zegt: “Laat de kinderen tot Mij komen want voor hen én voor wie wordt als hen is het Koninkrijk van God.”

Ik denk aan het verhaal over de Samaritaanse vrouw bij de waterbron. De haat tussen Joden en Samaritanen was in Jezus’  tijd net zo groot als de haat tussen de Joden en de Palestijnen nu. En in Jezus’ tijd mocht je als man een vrouw niet zo maar aanspreken, laat staan een Samaritáánse vrouw. Maar Jezus laat Zich niet verblinden door haat en trekt Zich niets aan van maatschappelijke conventies. Jezus spreekt haar liefdevol aan, van mens tot mens, van hart tot hart, en vraagt haar om water.

Ik  denk aan het verhaal van Zacheüs, de tollenaar, die zichzelf haatte omdat hij collaboreerde met de Romeinen. De haat die de mensen voor hem voelden was hij voor zichzelf gaan voelen. Jezus spreekt hem liefdevol aan en gaat bij hem eten.

De evangeliën staan vol verhalen over Jezus die liefdevol spreekt met zieken, eenzamen, paria’s. Jezus spreekt met hen vol liefde en mededogen. Jezus geeft hen weer hoop en zelfrespect. De onaanraakbaren worden door Hem weer liefdevol aangeraakt en komen weer tot leven!

Waar Jezus verschijnt vallen de muren, die mensen van elkaar gescheiden houden, weg. De muren tussen volwassenen en kinderen, de murene tussen Joden en Samaritanen, de muren tussen mannen en vrouwen, vrijen en slaven, gezonden en zieken. Jezus slecht deze muren door de kracht van zijn liefde. Hij leert de mensen hoe ze in liefde en vrijheid met elkaar kunnen omgaan.

Wanneer je deze verhalen leest dan kán het niet anders of je gaat van Jezus houden! Wanneer je deze verhalen leest dan kán het niet anders of je gaat inzien dat de wijze waarop Jezus met zijn medemensen omging de ware manier van menselijke omgang met elkaar is.

En wanneer je dát bent gaan inzien dan lees je met ontzetting dat uitgerekend Jézus het slachtoffer wordt van een onrechtvaardig proces. En dat uitgerekend Jézus wordt veroordeeld tot de dood aan het kruis.

En dán realiseer je je dat in Jezus de ware menselijkheid sterft aan het kruis. En dan verval je in een somber stilzwijgen.

En pas wanneer je van Jezus bent gaan houden. En pas wanneer je vanwege Zijn dood in somber stilzwijgen bent vervallen, pas dán ben je in staat om te bevatten wat wij vanmorgen vieren. Pas dán ben je in staat om te bevatten wat de inhoud is van die vreugdevolle uitroep: “De Heer is waarlijk opgestaan!”

Er is niet zomaar een willekeurig iemand uit de dood opgestaan. Nee, Jézus, is opgestaan uit de dood. De ware menselijkheid is van de ondergang gered.

Laten we daarvan zingen:
Nu is op aard geen goede daad
meer tevergeefs gedaan,
want wat gij goed doet is als zaad,
dat heerlijk op zal gaan.

Amen

We zingen :Lied 642: 1,,6,

 

 

| in Preek van de week.