overdenking aangepaste dienst 29 maart 2020

 

voorganger: Mevr. Rieke Van Dijk-Veenstra

Lezing uit het Oude Testament: Exodus 34 : 27 – 35
Lezing uit het Nieuwe Testament: Lucas 9 : 28 – 36

 

Overdenking                     Oosterkerk               29-3 2020

Lieve mensen van God, gemeente van Jezus Christus,

Toen ik maandag werd gebeld met de vraag of ik vanmorgen wilde voorgaan in deze dienst was ik net de voorpagina van het dagblad Trouw aan het lezen.
Ik las twee berichten:
– één over de situatie in Nederland tijdens het zonnige weekend. En:
– een verwijzing naar een artikel van Claudia de Breij.

Het eerste bericht:
Nederland trok er dit weekend massaal op uit en vergat de corona-instructies.
De afgelopen week is dit gedrag in vele toonaarden afgewezen,
en terecht.
Toch schuilt in dit gedrag een menselijk verlangen,
om het licht, het goede, het  bestaande, vast te houden,
donkere wolken weg willen kijken, wellicht ontkennen.
De situatie om ons heen is donker,
maar wij willen massaal bij het licht blijven,
ons huidige bestaan niet loslaten.

In het tweede bericht stelt Claudia de Breij:
“Ik heb soms het idee dat wij tegen de klippen op licht willen houden, dat we doen alsof het donker er niet is.
Ik denk dat het zinnig is donker en licht allebei onder ogen te zien” .(einde citaat).
En zo is het natuurlijk ook.
Er zijn bergen en er zijn dalen.

Op deze vierde zondag in de Veertigdagentijd
hebben we twee bijzondere verhalen gelezen.
Beide lezingen spelen zich af op een berg.
Twee bewegingen:
–  een weg omhoog,  
–  een weg omlaag,
Bergen kunnen je schoonheid brengen, een religieuze ervaring,
Het leven is mooi en overzichtelijk.
Het zijn ontzagwekkende plekken waar je je dichter bij God kunt voelen.
Misschien heeft u dat zelf ook wel eens ervaren.
Zo in die prachtige natuur, in alle stilte,
kan het je zo maar ten deel vallen.
Je opgenomen te voelen in een groter geheel,
een beetje ‘hemel op aarde’.
Je wilt het vasthouden.
Maar het leven is meestal geen hemel op aarde.
Er is ook altijd weer een weg omlaag.
Want wat ga je als mens opzoeken als je je verloren voelt, onzeker
als er grote onzekerheid ontstaat over de toekomst
door  een coronavirus,
Wanneer eenzaamheid, angst voor ziekte en dood je ten deel vallen?

Ze zijn er alle drie bij: Petrus, Johannes en Jacobus.
De drie eerst geroepen discipelen, drie intimi ,
getuigen van hoogte- en dieptepunten in het leven van Jezus.
Heel bewust neemt Jezus hén mee de berg op.
Dat is dus niet zomaar een plek,
maar een plek waar de hemel de aarde raakt.
Petrus noemt het later in zijn brieven een ‘heilige berg’’ .
In de Bijbel is een hoge berg altijd weer de plek waar God openbaart wie Hij is,
waar Hij laat horen wat gehoord moet worden.
Op de berg ontvangt Mozes de Tien Woorden van het Verbond.
Op de berg zoekt Elia Gods aangezicht in zijn uur van vertwijfeling: hoe moet het in vredesnaam verder met dat Verbond?
Een volk dat niet wil luisteren?
En vandaag, op deze zondag, schuiven al die bergen theologisch in elkaar tot deze berg van verheerlijking,
waar Elia en Mozes verschijnen en de Eeuwige dichtbij is….
Even gaat de hemel open.
Het zijn niet voor niets Mozes en Elia die hier verschijnen:
Mozes als de ontvanger van de Tien Woorden van het Verbond
en Elia als  de handhaver van deze Tien Woorden.
Op een heel bijzondere wijze hebben zij God ontmoet op de berg.
Deze twee mannen Gods komen nu namens het Oude Testament om met Jezus te spreken.
En Lucas is daar heel duidelijk in:
ze komen om te spreken met Jezus over zijn levenseinde.
Midden in dat stralende licht voeren Mozes en Elia namens de hemel
dus een gesprek met Jezus over het lijden, over zijn dood.
Dat is een enorme tegenstelling.
Vaak hebben we de neiging om die twee kanten van het evangelie wat tegen elkaar uit te spelen.
Dan leggen we óf alle nadruk op het lijden,
op de onvolmaaktheid van dit leven,   
of we leggen alle nadruk op de luister van Jezus, de opgestane Heer,
Maar in beide gevallen gaat het fout.
Want we moeten ze helemaal op elkaar betrokken houden:
– het lijden en de luister
 -het kruis en de opstanding.
– het licht en het donker

Hier op de hoge en heilige berg komt dat samen:
we zien er de luister, het licht en we horen er over het lijden.
De weg naar boven en de weg naar beneden.
Petrus wil dit overwinningsvisioen vasthouden en tenten opzetten.
Wat een menselijke reactie.
Willen we dat niet allemaal?
Vasthouden aan het overstijgende, de hemel op aarde?
Maar zo is het leven niet. 
Dat ervaren we nu in deze spannende weken,
waarin de angst voor het coronavirus ons in de greep houdt,
het gewone dagelijkse leven ontwricht lijkt.
Ook de leerlingen van Jezus ervaren dat,
wanneer ze Jezus later zien  in de Hof van Gethsemané
als een man in doodsangst.
Jezus’ leven loopt niet rechtstreeks de hemel in,
maar gaat dwars door onze wereld.
Met alle schoonheid van de wereld,
maar ook met al het leed in die wereld.
Ook Mozes weet daar van.
Als leider van het volk Israël door de woestijn, veertig jaren lang,
weet hij van tegenslag en dood.
Mozes, die voor de tweede keer de berg op gaat en opnieuw
de Tien Woorden van God ontvangt, als teken van het Verbond.
De Tien Woorden scheppen ruimte voor menselijk leven,
een weg om te gaan.
Een weg die in het teken staat van bevrijding, van de uittocht.
De woorden van Gods verbond doen Mozes stralen
.Zijn aangezicht weerspiegelt het heilige, de glans van Gods heerlijkheid.
En datzelfde zien we nu ook bij Jezus.
Op de berg gaat Jezus in gebed.
Daarin lijkt hij op Mozes, die ook steeds weer met God in gesprek ging.
Jezus gaat in gebed, zoals op alle cruciale momenten van zijn leven,
de weg die Hij moest gaan:
Aan het begin van zijn weg, bij het moment van zijn doop in de Jordaan.
En aan het einde: in de Hof van Gethsemané.
Daarin beleeft hij de innige verbondenheid met zijn Vader.
En nú op het moment van zijn gebed licht het gezicht van Jezus op
en wordt  zijn kleding stralend wit.
Op de weg van het lijden wordt even de heerlijkheid geproefd.
Geen wonder dat Petrus dit moment wil vasthouden.
Soms kun je het zelf even ervaren, zo’n  heilig moment, licht het even op.
een hemel op aarde,
‘Zien, soms even’ zoals  Huub Oosterhuis dat zo treffend zegt.
Hoe mooi zijn die momenten van stilte,
van afstand nemen en ruimte maken.
Ik denk dat meerderen van ons dat soms ook soms ervaren.
In alle drukte van ons leven hollen we vaak aan de belangrijkste dingen voorbij,
nemen we geen tijd om erbij stil te staan.
Hoe goed is het dan om je van tijd tot tijd even terug te trekken, alleen of met anderen,
in de natuur, een klooster, een wandeling.
Je terug trekken.
Je terug moeten trekken: het is ons nu zo maar overkomen.
We maken het nu allemaal mee in deze weken.
Dat we onze kerkdienst vanmorgen op deze wijze zouden vieren hadden we nooit verwacht.

Dat we ons leven in de stilte van ons huis zouden moeten leven, zonder de contacten met anderen, wie had dat gedacht?
Scholen gesloten, kantoren, winkels en straten leeg.
Maar in die stilte en rust ontstaat soms ook ruimte om na te denken over je leven,
stil te staan bij wat er echt toe doet: de mensen om je heen
bij wie je hoort en die aan jou zijn toevertrouwd.
Ook stilte voor een gebed.
We zijn meestal niet gewend om met God te praten.
Bidden hoeft niet in moeilijke taal of woorden.
Bidden is gewoon praten met God.
Dat zou je de beweging naar ‘omhoog’ kunnen noemen.
Je angst, je verdriet, de onzekerheid neerleggen,
woorden horen die er in je zijn en aan jou zeggen wat er is.
En natuurlijk gebeurt er wat met je als je praat met God.
Maar er is ook weer een beweging naar ‘omlaag’.
Jezus daalt de berg weer af.
Jezus daalt af, niet alleen naar een leven van kwetsbaarheid,
maar naar een leven van pijn en lijden, van angst en vertwijfeling,
van verachting en verwerping, de weg van het kruis.
Hij daalt ook af naar het leven in onze wereld van onzekerheid, angst en zorgen.
Hoe moeilijk is het om jezelf over te geven aan de gang van het leven.
Dat er dingen gebeuren die je niet had kunnen bedenken,
zoals we nu ervaren.
We op onszelf teruggeworpen worden.
In de mens Jezus laat God ons zijn nabijheid ervaren.
Dat zegt alles over de vraag: waar en hoe wij God nabij kunnen weten.
Voor ons zal God altijd te maken hebben met Jezus,
van wie God duidelijk zegt: “Dit is mijn uitverkoren zoon,
luister naar Hem.”
Als we naar Jezus kijken dan zien we steeds weer hoe Hij kiest voor de mensen aan de rand van de samenleving,
mensen die het alleen niet redden,
die hulp en aandacht nodig hebben.
En dat doet Hij niet vanuit de hoogte,
vanuit een positie als buitenstaander.
Nee, Jezus trekt met ze op, wil met ze aan tafel en bemoedigt ze. Hij maakt het licht zichtbaar in al die mensen, die geen toekomst meer dachten te hebben.
Inspirerende, maar ook confronterende verhalen voor ons in de actualiteit van onze tijd.
Want wat doen wij, wat is onze taak in het kleine stukje wereld, dat ons deel is?
Hoe mooi zijn de acties die deze dagen op touw worden gezet,
om er te zijn voor de ander, om elkaar te helpen, elkaar nabij te zijn?
Kijk wat er allemaal gebeurt: mensen die zich spontaan aanmelden in de zorg, er worden boodschappen gedaan, mensen zingen elkaar  toe vanaf de balkons, er wordt muziek gemaakt.
We steken elkaar een hart onder de riem: de artsen en verpleegkundigen in de ziekenhuizen. 
Klokken worden geluid als teken van hoop.
Dat we zo de hoop levend mogen houden.
Ook wij zouden het zonder Gods trouw niet volhouden,
als geloofsgemeenschap op weg naar Pasen.
Dat we de richting herkennen waarin God met ons mee wil gaan.
Zoals we straks mogen zingen:

Een mens te zijn op aarde
In deze wereldtijd
dat is de Geest ervaren die naar het leven leidt
De mensen niet verlaten
Gods woord zijn toegedaan
En net als Jezus worden
Die ’t ons heeft voorgedaan.

Amen

 

 

 

| in Preek van de week.