9 februari 2020

 

Lezing: Exodus 1
Voorganger: ds. Dick van der Vaart

Gemeente van Christus,
De lezing van vanmorgen is uit het boek Exodus. De naam van dit boek komt uit de oudste Griekse vertaling van het O.T. : de Septuagint. “ Exodus betekent: “ Uittocht. “
In de Hebreeuwse bijbel wordt dit boek “ Sjemot “ genoemd. “Sjemot” betekent : “Namen. “ En het boek heet zo omdat het boek begint met dit woord. In de Nederlandse vertaling is het het derde woord van het boek: “ Dit zijn de namen van de zonen van Israël die samen met Jakob naar Egypte gekomen waren. “

Het boek Genesis eindigde met de mooie verhalen over Jozef. Jozef die door zijn broers in de put gegooid werd, verkocht werd als slaaf en zo in Egypte belandde. Daar schopte hij het tot onderkoning en redde de Egyptenaren van de hongerdood. Uiteindelijk komen zijn broers naar Egypte. Hij onthuld wie hij is ( ook weer zo’n prachtig verhaal). Hij laat zijn oude vader Jakob en zijn broers naar Egypte komen en daar blijven ze wonen.

In de lezing van vanmorgen wordt duidelijk dat zij in Egypte zijn blijven wonen en uitgegroeid zijn tot een groot volk. Lange tijd bleef in Egypte de herinnering bewaard aan die Hebreeuwse onderkoning Jozef die de Egyptenaren gered had van de hongerdood. Maar nu was er een koning aan de macht die Jozef niet gekend had.
En hij ziet hoe het volk Israël groeit en groeit. En hij wordt bang dat zij de macht in het land zullen overnemen. Deze koinging leeft in angst.

En angst is het kenmerk van een dictator. Een dictator leeft voortdurend, 24 uur per dag, 7 dagen in de week, 52 weken in het jaar in angst. Zijn macht is gebaseerd op onderdrukking en geweld. Maar onderdrukking en geweld roept onvermijdelijk verzet op.
Een volk kan zich uit angst lang laten onderdrukken. Iedereen wil overleven. Wat voor zin heeft het om in opstand te komen wanneer die opstand door geweld in de kiem gesmoord zal worden ? Een volk kan zich lang laten onderdrukken maar op een gegeven ogenblik wordt de woede vanwege de onderdrukking groter dan de angst voor de dood en een volk komt in opstand. Iedere dictator weet dat maar de wens om aan de macht te blijven is zo groot dat hij deze wetenschap verdringt en door gaat met de onderdrukking.

Zo gaat de koning van Egypte gevangen in angst en gedreven door de wil aan de macht te blijven, door met de onderdrukking. Hij geeft opdracht om het volk Israël af te matten door ze slavenarbeid te laten verrichten. Als ze moe zijn houden ze geen energie over voor opstand, is zijn redenering.
Maar het volk Israël blijft groeien, tegen de verdrukking in. Daarom geeft de koning de opdracht aan de vroedvrouwen van Israël om alle pasgeboren jongetjes meteen na de geboorte te doden.

En dan staat daar die prachtige, hoopgevende zin:
“ Maar de vroedvrouwen hadden ontzag voor God en deden niet wat de koning van Egypte hun had opgedragen: ze lieten de jongetjes in leven. “

Deze vroedvrouwen zij vrouwen met lef ! Het zijn rolmodellen voor alle vrouwen na hen. Ze worden bij name genoemd: Sifra en Pua. Ze zijn het waard herinnerd te worden. Ze zijn het waard geprezen te worden. Mijn dochters hadden al een naam toen ze naar Nederland kwamen maar anders had ik ze Sifra en Pua genoemd.
Sifra en Pua hadden ontzag voor god. Ze deden niet wat de koning hun had opgedragen. Ze waren wijs. Ze wisten, al lang voor koning Salomo het opschreef: “ De vreze des Heren is het begin van alle wijsheid. “ “ Ontzag voor God is het begin van alle wijsheid.

Wanneer de koning merkt dat de Hebreeuwse jongetjes in leven blijven ontbiedt hij Sifra en Pua en vraagt hen waarom ze de jongetjes in leven laten. En dan antwoorden zij met een leugen om bestwil : “ De Hebreeuwse vrouwen zijn zo sterk dat ze hun kind al hebben gebaard voor de vroedvrouw er is. “ Een leugen om bestwil. Wanneer de omstandigheden dat eisen is een leugen om bestwil gerechtvaardigd.

Het volk blijft groeien en dan geeft de farao het bevel om alle pasgeboren jongetjes in de Nijl te gooien. ( en dan weten wij al dat het mooie verhaal over Mozes en het rieten mandje eraan zit te komen ).
Wanneer wij dit verhaal in de bijbel lezen dan is het alsof wij een krant lezen. Hoeveel dictators zijn er vandaag de niet in de wereld ? En ze proberen op dezelfde meedogenloze wijze aan de macht te blijven als de farao van Egypte dat deed.
Een tweede overeenkomst is de angst van de koning van Egypte dat de zogenaamde allochtone Egyptenaren de macht willen overnemen van de zogenaamde autochtone Egyptenaren. Met opzet zeg ik : “ de zogenaamde allochtone Egyptenaren en de zogenaamde autochtone Egyptenaren. “ want de Israëlieten woonden al vierhonderd jaar in Egypte. Ze waren er geboren. Ze waren net zo Egyptisch als de Egyptische Egyptenaren. Ze waren Egyptische Israëlieten. Egyptenaren van Israëlitische afkomst, landgenoten van de Egyptenaren van Egyptische afkomst.

De Farao was bang dat de zogenaamde allochtone Egyptenaren de macht zouden willen overnemen. Zo zijn in Nederland mensen bang dat zogenaamde allochtonen de macht in Nederland zouden willen overnemen. Maar die zogenaamde allochtonen zijn helemaal niet allochtoon, ze zijn in Nederland geboren. Ze zijn Nederlander onder de Nederlanders. Natuurlijk zijn er jongeren uit gezinnen met ouders of grootouders die uit een ander land naar Nederland gekomen zijn die problemen veroorzaken. Iedere jongere moet zijn of haar identiteit zien te vinden. Voor iedere jongere is dat een zoektocht. Maar voor jongeren met ouder of grootouders die afkomstig zijn uit een andere cultuur is dat extra moeilijk.

Het verhaal van vanmorgen roept ons op om begrip voor hen op te nemen. Wanneer de Joden deze verhalen lezen dan zeggen ze tegen elkaar: “ Niet onze voorouders leefden in Egypte maar wijzelf ! “ Op deze wijze identificeren zij zich met het volk Israël in Egypte. Op deze wijze leven zij zich in de situatie van het volk in Egypte in. Zo leven ook wij ons in het verhaal in en identificeren ook wij ons met volk Israël in Egypte. Wij kijken door de ogen van het volk naar de Farao. Wij ervaren hoe onterecht zijn angst is. Het volk wilde de macht helemaal niet overnemen. Het wilde in vrede samen leven met de andere Egyptenaren. Het verhaal roept ons op om ons in te leven in de situatie van Nederlandse jongeren met ouders of grootouders die van elders komen. Hoe ervaren zij ons ? Zij wij bang voor hen zoals de Farao van Egypte ten onrechte bang was voor de Israëlieten ? Of zien wij hen als landgenoten, als medeburgers, als broeders en zusters ?

De vroedvrouwen Sifra en Pua luisterden niet naar de koning omdat zij ontzag hadden voor God. In 1 Korintiërs 2 zegt Paulus: “ Ik spreek niet over de wijsheid van de wereld en haar machthebbers, die zullen ten onder gaan. Waarover wij spreken is Gods verborgen en geheime wijsheid, een wijsheid waarover God voor alle tijden besloten heeft dat wij zouden delen in haar luister. “ “De wijsheid van de wereld en haar machthebbers “ is het regeren door middel van geweld en onderdrukking.

De wijsheid van God wordt in het O.T. samengevat in de opdracht te zorgen voor de vreemdeling , de weduwe en de wees. De wijsheid van God wordt in het N.T. samengevat door Jezus met de woorden : “ Ik ben niet gekomen om te heersen maar om te dienen. “ Laten wij de Nederlanders met ouders en grootouders die van elders komen liefhebben en dienen.
Amen 

| in Preek van de week.