8 september 2019

 

Lezing: 1Samuel 16 : 1 – 13

Voorganger: ds. Dick van der Vaart

Gemeente van Christus,

Vanaf deze zondag lezen we een aantal keren uit het boek Samuël. We beginnen jammer genoeg niet bij het begin van het  boek maar in hoofdstuk 16. Helaas slaan we daarmee een aantal prachtige verhalen over maar de samenstellers van het leesrooster moeten nu eenmaal keuzes maken.

Het boek Samuël markeert in de geschiedenis van Israël de afsluiting van de periode van de Richters en het begin van de periode van de koningen.

Nadat God het volk Israël uit Egypte bevrijd heeft o.l.v. begint een tijd waarin het volk geleid wordt door wie in de vorige bijbelvertaling “Richteren “genoemd werd en in de NBV worden aangeduid als “Rechters. “

Wanneer het volk ten onder dreigt te gaan roept het God om hulp en God zendt dan een rechter die het volk uit de nood redt. Het boek Richteren staat vol met verhalen die mij als kind zeer tot de verbeelding spraken:

Simson met zijn lange haar die zo sterk was dat hij een leeuw die hem aanviel bij de bek greep en zo in twee stukken scheurde.

Jaël de vrouw van de Keneit Cheber die legerleider van de vijand Sisera toen deze op de vlucht was zogenaamd verborg in haar tent. Maar die toen hij oververmoeid in een diepe slaap viel, hem een tentharing door de slaap, joeg.

Uit deze verhalen blijkt dat de bijbelschrijvers de geschiedenis van Israël met veel verbeeldingskracht geschreven hebben.

Hoewel wij de profeet Samuël geen “richter “noemen is hij in feite de laatste in de rij van Richters. En helaas moeten we de mooie verhalen over hem en zijn moeder Hanna en de treurige verhalen over zijn zoons overslaan.

Het volk Israël vraagt aan Samuël : “ Stel een koning over ons aan. Alle volken van de wereld hebben een koning behalve wij. Wij willen ook een koning. Samuël wil hier niet van weten. We hebben al een Koning. God is onze koning  “ antwoordt hij.

Hoe is God Koning ?  Hij heeft het volk de Thora gegeven. De grondwet voor het leven in het beloofde land :

 God liefhebben boven alles, de naaste als zichzelf, zorg voor de vreemdeling, de weduw en de wees, zorg voor het land : het niet land niet uitputten maar om de 7 jaar braak laten liggen zodat het ecosysteem zich weer kan herstellen. Een rustdag houden etc.

Wanneer het volk deze richtlijnen volgt heeft het geen koning nodig.

En Samuel waarschuwt het volk . “ Een koning zal een leger op de been willen brengen en jullie zonen daarvoor opeisen. Een koning zal jullie op zijn land laten werken. Een koning zal belasting willen innen …begin er niet aan ! “

Maar het volk volhardt in zijn wens en daarom zegt God : “ Geef het volk waar het om vraagt. Stel een koning aan. “

En dan gaat Samuël op zoek naar een kandidaat en God wijst hem Saul aan. Dat lijkt een logische keuze . Want Saul is een grote sterke man. Met kop en schouders steekt hij boven zijn volksgenoten uit. Hij lijkt een geboren leider.

Wanneer Samuël hem zalft tot koning wordt hij vervuld met de Geest van God en raakt in vervoering. De profeet Samuël ,zalft Saul tot koning. De profeet staat in geestelijke zin boven de koning. In maatschappelijke zin onder hem.

Dat Saul gezalfd wordt door de profeet wil zeggen dat hij koning wordt bij de gratie Gods. Hij regeert in Naam van God. Dat betekent dat hij als koning de wil van God moet doen. Die wil wordt uitgedrukt in de Thora. Saul is rechtmatig koning wanneer en in zover hij  in zijn regeren de richtlijnen van de Thora volgt.

En daar blijkt het mis te gaan. In hoofdstuk 15 lezen we hoe Saul de opdracht krijgt om ten strijde te trekken tegen de Amelekieten. Hij krijgt de opdracht ze allemaal te doden. Alle Amelekieten maar ook al hun dieren.

Met dit geweld in de bijbel hebben we tegenwoordig moeite. We hebben teveel gezien van religieus gemotiveerd geweld. We kunnen ook niet geloven dat God, die toch een God van liefde is, de opdracht kan geven tot het doden van mensen en dieren.

Moeten we daarmee de bijbel en ons geloof verwerpen ? Dat is niet nodig. Net zoals de bijbelschrijvers geïnspireerd werden door de Heilige Geest om hun verhalen te schrijven. Zo mogen wij wanneer we deze verhalen lezen, bidden om verlichting met de Heilige Geest . We mogen bidden om wat Paulus noemt “ de gave van de onderscheiding der geesten “ . We mogen met de bijbelschrijvers in gesprek gaan en tegen hun zeggen: “ Geweld kan God niet gewild hebben. “

Symbolische uitleg  helpt ons niet helemaal uit de problemen maar kan veel verhelderen . Saul krijgt de opdracht ten strijde te trekken tegen de Amelekieten en hen uit te roeien.

Wie waren de Amelekieten ?  Zij waren een volk dat leefde in de woestijn en voorzag in hun levensonderhoud door het overvallen van karavanen. Zo hebben ze ook het volk Israël overvallen op zijn reis door de woestijn. Nu zou je nog kunnen zeggen: “ Nou ja, ze moeten toch ergens van leven . “   maar het ergst was dat zij zich niet hielden aan het oorlogsrecht. Het oorlogsrecht verbood de aanval op vrouwen en kinderen en oude mensen die altijd de achterhoede van en karavaan vormden. De sterke mannen liepen of reden altijd vooraan. Wat deden de Amelekieten ? Ze vielen het volk Israël van achteren aan , op hun zwakste plek, de vrouwen, kinderen en ouden.

Zo werden de Amalekieten het symbool van het kwade bij uitstek. Zoals de Nazi’s in ons collectieve geheugen het symbool van het kwade zijn.

Wanneer God nu aan Saul de opdracht geeft om de Amalekieten uit te roeien, dan gaat het niet om het doden van mensen en dieren maar om het kwaad dat zij symboliseren. Dat moet worden uitgeroeid met wortel en taak.

Het lijkt op het eerste gezicht geen grote misdaad van Saul wanneer hij niet alle Amelekieten en hun vee doodt ( hij laat de koning en het veen in leven ) maar het betekent dat Saul als koning het gevaar van het kwade niet onderkent. Het betekent dat hij  de richtlijnen van de Thora niet volgt. De Thora die gericht is op de bescherming van de meest kwetsbaren in de samenleving : de vreemdeling, de weduwe en de wees.

En daarom ontneemt God Saul het koningschap.

En dan zijn we aangekomen bij de lezing van vanmorgen waarin God Samuël er op uit stuurt om David tot koning te zalven. Een prachtig verhaal : Isaï stelt zeven van zijn zonen voor . Bij het zien van de oudste zoon denkt Samuël : “ Hij is het vast en zeker ! Hij heeft de rijzige gestalte en het voorkomen van een koning ! “

Maar God zegt tegen Samuël:  “ Ga niet af op het uiterlijk ! Het gaat niet om wat de mens ziet. De mens kijkt naar het uiterlijk maar de Heer kijkt naar het hart. “ Prachtig !

En dan blijkt geen van de zeven zonen Gods uitverkorene te zijn. “ Zijn dit alle zonen die u heeft ? “ vraagt Samuël . “Nee “antwoordt Isaï , de jongste is er niet die is bij de schapen. “

Dan wordt David gehaald. Geen grote sterke man die met kop en schouders boven zijn volksgenoten uitsteekt. Op het eerste gezicht geen leiderstype. Wel : “ Een knappe jongen met rossig haar en sprekende ogen. “

“En de Heer zei: hem moet je zalven. Hij is het ! En Samuël nam de hoorn met olie en zalfde David te midden van zijn broers. “

Zal hij als koning zich laten leiden door de richtlijnen van de Thora ? U weet het natuurlijk wel. Ook hij blijkt  een feilbaar mens te zijn. Maar de profeet Jesaja belooft dat er een zoon van David geboren zal worden die bij Zijn doop door de Heilige Geest tot koning gezalfd zal worden. Van Hem zegt de engel Gabriël tegen Maria:

“ Luister je zult zwanger worden en een zoon baren. Hij zal een groot man worden en  “Zoon van de Allerhoogste”  worden genoemd. De Heer zal hem de troon van zijn vader David geven. Tot in eeuwigheid . zal hij koning zijn. “

Amen

| in Preek van de week.