8 maart 2020

 

lezing: Johannes 17: 1-11

Voorganger: ds. Dick van der Vaart

Gemeente van Christus,

Al vijfentwintig jaar komt de maandagavondgebedsgroep om de week bijeen om te bidden voor onze gemeente en wie daarin werkzaam zijn. Hun motivatie en inspiratie hiervoor ontlenen zij aan  Johannes 17 dat Marja ook met ons gelezen heeft.

In Johannes 17 verblijft Jezus met Zijn leerlingen in de zaal waarin Hij met hen de paasmaaltijd gevierd heeft. Met het vieren van deze maaltijd, de Joodse naam is “ Sederviering “ herdachten de Joden de bevrijding uit Egypte. Daarom aten ze matzes, gebakken van ongezuurd meel, waardoor het brood niet gerezen was, want in de haast van de uittocht was er daarvoor geen tijd. Tijdens deze Sederviering, door ons christenen “het laatste avondmaal “genoemd, nam Jezus een matze, sprak er de zegen over uit, brak deze en deelde ervan uit terwijl hij zei: “ Dit is mijn lichaam. “ En daarna nam hij een beker, vulde deze met wijn, zegende de wijn en hij zei: “ Deze wijn is mijn bloed. “ Laat als Ik niet meer bij jullie ben brood en wijn bij jullie rondgaan en denk dan aan Mij zodat Ik op deze wijze bij jullie aanwezig ben. “

Helemaal aan het einde van deze maaltijd spreekt Jezus het gebed uit dat in Johannes 17 staat. Met dit gebed neemt Jezus afscheid van Zijn leerlingen. Kort daarna wordt hij gearresteerd in de Hof van Gethsemané.

De maandagavond gebedsgroep laat zich motiveren en inspireren door woorden uit dit afscheidsgebed van Jezus. In Johannes 17: 6 zegt Hij :

“ Vader in de hemel. Voor de laatste keer ben Ik  omringd door mijn leerlingen van wie Ik zo zielsveel houd. Ik ben gekomen voor alle mensen in de wereld maar nu , op dit moment, bid Ik voor Mijn leerlingen die U aan mij gegeven hebt. Heel binnenkort ga Ik naar U toe maar Mijn leerlingen blijven in deze wereld. Daarom bid Ik U:

Zorg voor hen wanneer Ik dat niet meer kan doen. Geef dat ze één zijn zoals U en Ik één zijn. Geef dat ze liefde en troost mogen vinden bij elkaar en bij U.”

Zoals Jezus vlak voor zijn heengaan bad voor zijn leerlingen, zo bidt de maandagavondgebedsgroep al  vijfentwintig jaar voor onze gemeente. En ze doen dat uit liefde voor onze gemeente.

Bidden voor onze gemeente…..heeft dat zin ?  Heeft bidden zin ? Werkt het gebed iets uit ? Vele mensen bidden. Zij doen dat omdat ze voelen dát het zin heeft. Maar het is niet gemakkelijk om onder woorden te brengen wáárom het zin zou hebben.

We bidden iedere week voor de zieken in de gemeente. Waarom doen we dat ? We doen het niet om God tot andere gedachten te brengen. Het is niet zo dat  het lot van de zieke God onverschillig laat en hij pas door ons gebed zich over hem of haar gaat ontfermen. God houdt al van de zieke. Hij ís al met ontferming over hem of haar bewogen. Maar waarom zouden we dan nog bidden ?

Wanneer we bidden lijkt het er vaak op alsof we God vragen om van buiten af in het leven in te grijpen. Maar hierachter gaat het beeld schuil alsof God buiten onze werkelijkheid is. Hij zou de aarde en haar natuurwetten geschapen hebben en zich daarna weer teruggetrokken hebben in de hemel. In principe zou hij de natuurwetten hun gang laten gaan. Maar door ons gebed zou Hij af en toe bereid zijn om de wetten van de natuur te doorbreken. Hij zou dan een wonder verrichten. Zo zou Hij af en toe door ons gebed een wonder kunnen verrichten en zieken kunnen genezen.

Nu geloof ik dat bidden zin heeft maar in mijn beleving bevindt God zich niet buiten onze werkelijkheid en is het niet zo dat hij van buitenaf af en toe ingrijpt in onze werkelijkheid .

Bidden heeft in mijn beleving zin omdat God Zich niet buiten onze werkelijkheid bevindt maar er binnenin en van binnenuit handelt. De inspiratie hiervoor ontleen ik aan een vorm van theologie die “procestheologie “genoemd wordt.

In deze theologie plaatst men God niet buiten onze werkelijkheid in de hemel. En men gelooft niet dat hij vanuit de hemel af en toe neerdaalt om in te grijpen in onze werkelijkheid. Nee men zegt: onze werkelijkheid is in God. Het is zoals Paulus schrijft : “ Want in Hem leven wij, bewegen wij en zijn wij. “

Wij zijn in God maar wij zien Hem niet. Het vergaat ons zoals het een vis in water vergaat. Wanneer wij aan een vis zouden vragen of hij wel eens water gezien heeft dan zou hij verbaasd antwoorden:   “Water , nee nog nooit van gehoord. “ De vis is vanaf zijn geboorte eraan gewend om omgeven te zijn door water. Hij is nog nooit buiten het water geweest. Zijn ogen zouden pas worden geopend wanneer hij even buiten het water gehouden zou worden en daarna weer teruggezet zou worden.

Zo is het ook met God. God is het element waarin wij leven. God omgeeft ons.

En God omgeeft niet alleen ons. Hij omgeeft de hele werkelijkheid. Onze aarde. Het Melkwegstelsel. Maar ook al die andere miljarden sterrenstelsel.

God omgeeft de hele werkelijkheid en hij is ook het hart en de ziel ervan. Hij is de kracht die alles van binnenuit bijeen houdt.

God is het centrum van de werkelijkheid en Hij staat in relatie tot alles en iedereen. In beeldspraak: van Hem uit lopen er ragfijne draden naar de zon, maan en de sterren. Van Hem uit lopen er ragfijne draden naar bomen, bloemen en planten. Van Hem uit lopen er ragfijne draden naar mensen en dieren.

De hele werkelijkheid is een reusachtig netwerk, een world wide web, waarvan God het hart is. Een levend, kloppend, liefdevol hart.

Zo loopt er ook een verbindingsdraad tussen God en u. Wij allemaal zijn met een onzichtbare draad met God verbonden.

Maar dat niet alleen. Wij zijn ook met onzichtbare draden verbonden met elkaar. Er lopen draden tussen ons en onze ouders, tussen ons en onze kinderen, tussen ons en onze partners. Er lopen draden tussen ons als leden van de Oosterkerkgemeente.

Die draden zie je niet maar soms merk je ze op. Hoe vaak komt het niet voor dat je aan iemand denkt en vlak daarna gaat de telefoon en hoor je de stem van degene aan wie je dacht.

Hoe vaak komt het niet voor dat je tegen je partner iets wilt zeggen en voor dat je dat hebt kunnen doen begint hij of zij zelf al over het onderwerp waarover je iets wilde gaan zeggen.

En in mijn eerste gemeente heb ik meegemaakt dat een vrouw uit die gemeente op vakantie in Zuid Afrika overleed. Haar man zei tegen me: “ Vanmorgen op vier uur werd ik opeens wakker en hoorde ik prachtig gezang alsof het uit de hemel kwam. “ Het was precies het tijdstip waarop zijn vrouw overleed.

We zijn met onzichtbare draden verbonden met God en met elkaar. Wanneer we in voor iemand bidden dan gaat er via een onzichtbare draad iets van onze liefdevolle energie naar God. We voegen dan een klein beetje energie toe aan God. En God kan daar iets mee. God kan het aanwenden ten goede .

En de liefdesenergie van ons gebed gaat ook via een onzichtbare draad naar degene voor wie we bidden.

In de natuurkunde zegt men: Energie gaat nooit verloren. Dat geldt ook voor het gebed: Gebedsenergie gaat nooit verloren.

God werkt niet van buitenaf maar van binnenuit. Hij werkt door de handen van artsen, Hij werkt door de werking van medicijnen. Maar wij kunnen bidden om Gods zegen op het werk van de handen van de artsen. We kunnen bidden om een zegen op de werking van de medicijnen. Er lopen  ragfijne draden van God naar de artsen en van God naar de medicijnen. En door onze verbondenheid met God lopen er ragfijne draden vanuit ons naar de artsen en de medicijnen. En hoe het precies werkt weet ik niet maar ons gebed bevordert hun heilzame werk.

Amen.

 

.

 

| in Preek van de week.