7 april 2019

 

lezingen: Lucas 20
voorganger: ds. Dick van der Vaart

Gemeente van Christus,

Het is de vijfde zondag in de Veertigdagentijd. We naderen witte donderdag en goede vrijdag. De arrestatie, de geseling en de kruisdood van Jezus zijn nabij.
Jezus wist zelf niet precies wat Hem stond te wachten. Maar Hij voelde dat de vijandig sfeer rondom Hem steeds sterker werd en dat de dreiging groter werd.
Hij voelde aan dat hij ieder moment gearresteerd en gedood zou kunnen worden.
Jezus wijkt niet voor de dreiging en intimidatie. Openlijk geeft Hij onderricht in de tempel.

Daar spreekt hij ook met de hogepriesters, de Schriftgeleerden en de oudsten. De hogepriesters zijn verantwoordelijk voor de tempelliturgie. De Schriftgeleerden voor de Schriftuitleg en de oudsten dat is het tempelbestuur.

In het Schriftgedeelte voorafgaande aan onze lezing van vanmorgen vragen ze Jezus’ naar Zijn leerbevoegdheid. Jezus geeft hen echter geen antwoord omdat hij weet dat ze met geen enkel antwoord genoegen zullen nemen.

Dan lijkt het alsof Jezus het gesprek met hen afbreekt en Zich tot het volk richt maar in feite spreekt hij over het volk heen toch tot de hogepriesters, Schriftgeleerden en oudsten.

Hij vertelt het volk de gelijkenis van de wijngaard.

De wijngaard is een oeroud beeld voor Israël. Daarom hebben we Jesaja 5 gelezen. Israël was een klein wijnrankje dat in Egypte in de grond stond. God heeft het met zorg uitgegraven en in Israël geplant. Daar is het uitgegroeid tot een wijngaard.

God is de wijngaardenier. De wijnstokken zijn de Israëlieten. De vruchten van de wijnstok zijn de vruchten van de Heilige Geest: liefde, rechtvaardigheid, zachtmoedigheid, vriendelijkheid, barmhartigheid ….noem maar op.

De wijngaard Israël is een proeftuin voor de wereld. Een proeftuin is er niet voor zichzelf maar een plaats waar wordt geëxperimenteerd voor de wereldtuin: het Koninkrijk van God.
Dit beeld pakt Jezus op in de gelijkenis van vanmorgen.

“Een man legde een wijngaard aan en verpachtte die aan wijnbouwers, waarna hij voor geruime tijd op reis ging. “

De situatie die Jezus schetst was voor Zijn hoorders heel herkenbaar. Zijn hoorders waren voor een groot deel arme boertjes met slechts heel weinig land. Grote delen van het boerenland waren in handen van buitenlandse grootgrondbezitters.
Zij kochten wijngaarden op en zetten er pachters op. Eén keer per jaar stuurden ze een knecht om de winst te incasseren.

Jezus vertelt dat de eigenaar van een wijngaard drie keer een knecht stuurt om de winst te incasseren maar de pachters van de wijngaard willen de winst niet afstaan en ranselen de drie knechten af.
Jezus vertelt het op zodanige wijze dat het geweld tegen de knechten steeds groter werd:
de eerste knecht wordt afgeranseld, de tweede knecht wordt afgeranseld en vernederd, de derde knecht wordt afgetuigd en de wijngaard uitgegooid.

Toen vroeg de eigenaar van de wijngaard: “Wat moet ik doen? Ik zal mijn geliefde zoon naar hen toesturen, voor hem zullen ze toch wel ontzag hebben? “

Maar toen de pachters de zoon zagen overlegden ze met elkaar en zeiden: “Dat is de erfgenaam! Laten we hem doden dan is de erfenis voor ons! “

Het kwam inderdaad voor dat wanneer een buitenlandse grootgrondbezitter overleed en hij geen opvolgers had, er niemand meer een claim op een wijngaard legde en dan gold de regel dat aan degene die het eerst de grond claimde het eigendomsrecht toeviel.

Zelfs voor de zoon van de eigenaar hebben de pachters dus geen respect. Ze gooien hem de wijngaard uit en doden hem.

Wanneer we nu nadenken over de betekenis van de gelijkenis dan vragen we ons af: Wie is de eigenaar? Wie zijn de pachters? Wie is de zoon?

Uit de beeldspraak in o.a. Jesaja 5 kunnen we opmaken dat met de eigenaar van de wijngaard God Zelf bedoeld zal zijn.

God heeft een wijngaard geplant, Israël als proeftuin voor de wereld, Israël als proeftuin voor het koninkrijk van God.

God gaf de Thora als leefregel voor het leven in het beloofde land, als leefregel voor het koninkrijk van God.

In het O.T. zien we hoe het volk Israël zich die leefregels met vallen en opstaan probeert eigen te maken. Soms gaat het goed. Soms niet: dan stuurt God profeten om het volk te herinneren aan hun roeping, proeftuin voor de wereld te mogen zijn.

De knechten in de gelijkenis die door de eigenaar naar de pachters worden gestuurd zijn de profeten die de leiders van het volk herinneren aan hun roeping. Wat de profeten overkwam, gebeurde ook hen: ze werden mishandeld en gedood.

En wie is de zoon in de gelijkenis?  Lucas en ook wij zien hem natuurlijk als het beeld van Jezus. Maar Jezus zal zichzelf er nog niet mee bedoeld hebben. Hij verwees niet naar Zichzelf als Zoon van God.

De zoon in de gelijkenis is een verwijzing naar de messiaanse koning. De koning zoals hij o.a. in psalm 72 bezongen wordt:
Geef Heer de koning uwe rechten en Uw gerechtigheid aan ‘s konings zoon om uwe knechten te richten met beleid. Dan ruist op alle bergen vrede, heil op der heuvelen top. Hij zal geweldenaars vertreden maar armen richt hij op.
Hij zal de redder zijn der armen. Hij hoort hun hulpgeschrei. Hij is met koninklijk erbarmen hun eenzaamheid nabij. Hij helpt met hun bestaan bewogen die zijn in vrees verward.. Hun bloed is kostbaar in zijn ogen. Hij draagt hen in zijn hart.

Zo’n koning is koning van het Koninkrijk van God.

In de gelijkenis identificeert Jezus Zichzelf wellicht niet met de rechtvaardige koning van het koninkrijk van God maar hij identificeert zich wel met de zaak waar deze koning voor staat.

Over de hoofden van het volk heen kijkt Hij de hogepriesters en de Schriftgeleerden en de oudsten aan en Hij waarschuwt hen: wanneer je Mij doodt, dan doodt je de zin van alles waar jullie staan. Dan pleeg je verraad aan de roeping van Israël proeftuin van de wereld te zijn. Dan geef je het ideaal van het koninkrijk van God op.

Wat heeft de gelijkenis ons vandaag de dag te zeggen?

De wijngaard is beeld voor Israël als proeftuin voor de wereld. In de wijngaard wordt een ideaal nagestreefd: een wereld van vrede en recht, een wereld waar gezorgd wordt voor de vreemdeling, de weduwe en de wees. Een wereld waar de welvaart eerlijk wordt verdeeld.

Dit is de wereld die God voor ogen heeft. Dit is de wereld waarvoor de profeten van Israël en Jezus zich hartstochtelijk voor hebben ingezet. Dit is de wereld die de kerk, die wij als christenen voor ogen hebben en ons voor willen inzetten.

Tot op de dag van vandaag worden profeten en zonen en dochters van God vermoord omdat ze zich inzetten voor de verwerkelijking van het ideaal. Wat er op goede vrijdag gebeurde gebeurt nog steeds.

Maar het verhaal van de opstanding laat zien dat God Zich hierdoor niet uit het veld laat slaan.

“Hij zal niet laten  varen het werk dat Zijn hand begon:  de schepping van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde : het Koninkrijk van God.
Amen.

| in Preek van de week.