5 mei 2019

 

 

Lezingen:
Jesaja 40: 6-11; Lucas 24: 35-48

Voorganger: ds. Dick van der Vaart

Gemeente van Christus,

Vorige week hebben we het prachtige verhaal over de Emmaus gangers gelezen. Ze waren onderweg van Jeruzalem naar huis. Ze waren ontzet over wat er met Jezus gebeurd was. Hun hoop was de bodem in geslagen. Dan voegt Zich een derde persoon bij hen. Hij troost hen en legt uit dat dit moest gebeuren. Ze hebben niet in de gaten dat het Jezus is die hen vergezeld. Dan bij het breken en delen  van het brood herkennen ze Hem. Het breken en delen van het brood is een symbool van Jezus’ leven : Hij brak Zichzelf en deelde Zichzelf. Hij brak en deelde Zijn liefde.

Op het moment van breken en delen herkennen de Emmausgangers Hem maar op hetzelfde moment is Hij verdwenen.

De twee kijken elkaar aan en lopen haastig terug naar Jeruzalem. Opgewonden en opgetogen vertellen ze de 11 leerlingen van Jezus dat de Heer aan hen verscheen en brood met hen deelde.

Terwijl ze nog aan het vertellen zijn staat Jezus opeens in hun midden. “Vrede zij met jullie ! “ zo groet hij hen. De twee Emmausgangers en de 11 leerlingen schrikken hevig. Ze zijn verbijsterd en raken door angst over mand. Ze menen een geestverschijning te zien.

Maar Jezus zegt tegen hen: “ Waarom zijn jullie zo ontzet en waarom zijn jullie ten prooi aan twijfel ? Kijk naar Mijn handen en voeten. Ik ben het Zelf. Raak me aan en kijk goed want een geest heeft geen vlees en beenderen.

Ook nadat ze zijn handen en voeren gezien hebben en zijn lichaam hebben betast kunnen ze het nog niet geloven dat Jezus werkelijk voor hen staat.

Daarom zegt Jezus : “Hebben jullie iets te eten ? Ze geven Hem een stuk geroosterde vis en hij eet het voor hun ogen op. Door iets te eten wil hij hen ervan overtuigen dat hij geen geestverschijning is want een geest eet niet. Door iets te eten maakt Jezus duidelijk dat hij lichamelijk aanwezig is.

Een prachtverhaal ! Een hoopgevend verhaal ! Een moeilijk te geloven verhaal !

Om te kunnen begrijpen hoe de eerste lezers van het evangelie het gelezen hebben moeten we ons verdiepen in de denkbeelden die er in de oude wereld over de dood en leven na de dood ,in de hoofden van de mensen aanwezig waren.

Een verhaal uit de Griekse mythologie illustreert één van die denkbeelden. U zult het wel eens gehoord of gelezen hebben.

Het is het  verhaal over Orpheus en Eurydice.  Orpheus kon prachtig zingen. Met zijn prachtige zang betoverde hij goden, mensen en dieren. Zij vrouw was Eurydice. Hij hield waanzinnig veel van haar. Als ze sterft  en afdaalt onderwereld is hij ontroostbaar. Hij besluit om af te dalen naar de onderwereld. Betoverd Hades de god van de onderwereld met zijn prachtige zang en weet van hem gedaan te krijgen dat hij zijn vrouw weer mee naar boven mag nemen. Maar onder één voorwaarde. Zij moet achter hem aan nar boven lopen en hij mag onderweg niet naar haar omkijken. Doet hij dat wel dan moet ze terug . Ze lopen achter elkaar naar boven en Orpheus stelt af en toe een vraag om zich ervan te vergewissen dat ze nog achter hem loopt. “ Hoe gaat het met je ? “  “ Goed ! “ “ Loop ik niet te snel ? “ “Nee hoor . “ Wanneer hij even later weer een vraag stelt en ze niet meteen antwoordt is hij bang dat ze niet langer achter hem loopt. Hoewel hij gewaarschuwd is niet om te kijken doet hij het toch en verdwijnt ze weer naar benden.

Een aangrijpend verhaal. Wat het verhaal duidelijk maakt is dat de mensen in die tijd ook droomden van het weerzien van hun gestorven geliefden maar niet konden geloven dat dit ooit werkelijkheid zou worden.

Een ander denkbeeld over het leven en dood dat heel veel mensen beïnvloed heeft en nog steeds mensen beïnvloed tot op de dag van vandaag is het denken van de Griekse filosoof Plato. Hij meende dat er twee werelden zijn: een volmaakte geestelijke wereld hierboven en een onvolmaakte stoffelijke, materiële  wereld hier beneden. Hij geloofde dat de ziel van de mens opgesloten is in het lichaam. Bij de dood wordt de ziel bevrijdt uit het lichaam en stijgt weer op naar de volmaakte geestelijke wereld. Plato keek neer op het aardse stoffelijke leven . Het is vergankelijk . Het is kwetsbaar. Het is onvolmaakt. Je moet er zo snel mogelijk uit vandaan zien te komen. Deze zienswijze is het christelijk geloof binnengeslopen en heeft een juist verstaan van het evangelie in de weg gestaan.

Hoe keken de Joden in Jezus’ tijd aan tegen leven en dood ? Dat verschilt van groep tot groep. De Sadduceeën geloofden niet in leven na de dood. Dat beschouwden ze als een nieuwerwetse uitvinding die geen grond had in het O.T.

De Farizeeën geloofden wel in leven na dit leven. Ze geloofden in opstanding uit de doden aan het eind van de tijden. Na je dood ga je naar je God die je bewaart tot je aan het einde der tijden met alle gestorvenen uit de dood wordt opgewekt.

Dit zijn maar een paar denkbeelden over leven en dood en leven na de dood maar ze maken het ons mogelijk om het bijzondere en het eigene van de verschijningsverhalen van Jezus waar te nemen.

Tegen de achtergrond van de Griekse mythologie waarin geen plaats was voor de mogelijkheid van opstanding uit de dood, is het verhaal van de verschijning van Jezus revolutionair. Men droomde wel van opstanding uit de doden maar kon het niet geloven. Het verhaal van de verschijning van Jezus aan de Emmausgangers en zijn leerlingen zegt dat Jezus werkelijk uit de dood is opgestaan.

Tegen de achtergrond van de denkbeelden van Plato is het verhaal van de verschijning van Jezus opmerkelijk omdat de Platonisten een hekel hadden aan het lichamelijke leven op aarde en zo snel mogelijk weer als een ziel in de hemel wilden leven.

Tegen de achtergrond van het Joodse denken is de verschijning van Jezus opmerkelijk omdat er in het joodse denken alleen plaats was voor opstanding aan het einde der tijden. Dat er iemand voor die tijd zou kunnen opstaan was ondenkbaar.

Hiermee hebt u enige achtergrond waartegen u het verhaal kunt plaatsen.

Ik zei al dat het denken van Plato het christelijk geloof binnengeslopen is en het christelijk geloof vertekend heeft. Plato had een hekel aan het aardse leven en menselijk lichaam. Hij zag ze als minderwaardig t.o.v. het geestelijk leven.

Maar wezenlijk voor het Joodse en het christelijke geloof is  de overtuiging dat God de Schepper is van hemel en aarde. Wezenlijk is dat het aardse leven goed is. Wezenlijk is dat het lichamelijke leven goed is.

Helaas is het idee het christelijk geloof binnengeslopen dat het doel van ons leven is om hier op aarde een plaatsje in de hemel te verdienen. Het zou niet gaan om het aardse lichamelijke leven maar om het leven in de hemel als ziel.

Dit is echter onbijbels en onchristelijke gedacht. Het werd vroeger vaak aan het  begin van een kerkdienst gezegd: : “ Genade en vrede zij u van Hem die niet zal laten varen het werk dat zijn hand begon. “

Dat werk dat is de schepping van een aarde waarop mensen kunnen leven als in de Hof van Eden. Het doel van God is niet een mensheid die voor eeuwig een zielenleven leidt in de hemel maar een mensheid die in vrede en welvaart een lichamelijk bestaan leidt op aarde.

Openbaringen 21 maakt dat beeldend duidelijk. Het nieuwe Jeruzalem , hoofdstad van een wereld van vrede en recht wordt niet opgenomen in de hemel maar daalt neer op deze aarde. En God blijft niet in de hemel maar komt wonen bij de mensen hier op aarde.

Nu kunnen we de verschijning van Jezus aan de twee Emmaus gangers en zijn 11 leerlingen begrijpen.

De Opgestane Heer maakt duidelijk dat Hij geen geestverschijning is maar lichamelijk bij hen aanwezig is. Hij laat ze zijn wonden zien en Zijn lichaam voelen. Voor hun ogen eet hij een stukje geroosterde vis.

Jezus is de nieuwe Adam. De eersteling van een nieuwe schepping. Hij is geen geest verschijning maar verschijnt in een nieuw lichaam : een verheerlijkt lichaam. Zijn oude lichaam is nog herkenbaar ( denk aan de wonden aan zijn handen en voeten ) maar het is opgenomen in een nieuw lichaam , een verheerlijkt lichaam dat niet meer blootgesteld is aan de dood.

Deze lichamelijke verschijning van Jezus , de nieuwe Adam, de eerste mens van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde , is een belofte aan ons. Ook wij zullen leven op aarde, in een verheerlijkt lichaam. En God zal in ons midden wonen en alle tranen van onze ogen wissen. De dood zal niet meer zijn en geen rouw en geen geklaag want al het oude is voorbij gegaan en nieuwe zal zijn gekomen.
Amen.

 

 

 

| in Preek van de week.