31 maart 2019

 

lezingen: Lucas 15: 1-3  en Lucas 15: 11-32
voorganger: ds. Dick van der Vaart

Thema: de radicaliteit van Jezus in de gelijkenis van de verloren zoon

Gemeente van Christus,

Dikwijls heb ik mensen horen zeggen: “ Ik geloof niet in God maar ik voel wel sympathie voor Jezus. “  Wat maakte Jezus tot een voor velen sympathiek mens ?

Hij ging liefdevol om met mensen. Hij had geen vooroordelen. Hij had mensen lief zonder onderscheid te maken. Hij verdeelde hen niet in hokjes : Joden, niet – Joden, mannen,  vrouwen, volwassenen, kinderen, vrienden, vijanden, zieken en gezonden.

Dat Jezus mensen niet opdeelde in mannen en vrouwen, joden en niet -joden blijkt uit het verhaal over de Samaritaanse vrouw aan wie Jezus water vroeg bij de put:
Joden en Samaritanen haatten elkaar zoals Joden en Palestijnen elkaar vandaag de dag haten.

En een Joodse man mocht een vrouw die de zijne niet was niet zomaar aanspreken op straat, dat was onfatsoenlijk.  Maar Jezus spreekt de Samaritaanse vrouw onbekommerd en liefdevol aan en er ontstaat een wezenlijk gesprek tussen hen.

Dat Jezus mensen niet opdeelde in volwassenen en kinderen blijkt wanneer kinderen enthousiast naar Jezus toe rennen. Ze kennen Hem en houden van Hem. Ze willen zijn aandacht. Maar Zijn leerlingen willen ze weg sturen omdat Jezus in hun ogen belangrijker zaken te doen heeft , dan zegt Jezus: “ Laat de kinderen tot mij komen, verhinder ze niet. “ Volwassenen zijn in zijn ogen niet belangrijker dan kinderen.

Een laatste voorbeeld : het verhaal over Zacheus. Jezus maakt geen onderscheid tussen vrienden en vijanden. Alle Joden haatten tollenaars omdat ze collaboreerden met de Romeinen maar Jezus kijkt Zacheus liefdevol aan en wil bij hem eten.

Wat maakt Jezus tot zo‘n sympathiek mens ? Dat is Zijn liefdevolle omgang met mensen : liefde zonder onderscheid.

In de inleiding op de gelijkenis van de verloren zoon lezen we dat juist deze houding van Jezus  de Farizeeërs  vreselijk irriteert: “ Deze man ontvangt zondaars en eet men hen ! “

In de evangeliën krijgen we vaak een wat negatiever beeld van de Farizeeën  dan ze verdienen. Hun irritatie was wel begrijpelijk. Israël was bezet door de Romeinen. De romeinse cultuur dreigde de Joodse cultuur te verdrijven. Het geloof in de God van Israël en de daarbij horende levensstijl dreigde te verwateren.

Om dit te voorkomen probeerden de Farizeeën en Schriftgeleerden zich heel precies aan de voorschriften van de Thora te houden, de leefregels die God gegeven had voor het leven in het beloofde land.

Deel van de Thora waren de reinheidswetten die contact met niet-Joden aan banden legde. Dit om te voorkomen dat het volk zou versmelten met de volkeren van de wereld en zo de roeping om “ licht voor de wereld “ te zijn niet zou kunnen waarmaken.

Door aan tafel te gaan met niet- joden , door om te gaan met heidenen hield Jezus zich niet aan de Thora en bracht Hij in de ogen van de Farizeeën  het geloof in de God van Israël en het voortbestaan van het volk Israël in gevaar. Daar hadden ze  gelijk in maar ze sloegen hierin een beetje door.

Wat Jezus hen nu door het vertellen van de gelijkenis van de verloren zoon duidelijk wil maken is dat ze, door zich star  aan de voorschriften van de Thora te houden,  de eigenlijke bedoeling van de wet,  juist uitschakelden . Wat was die eigenlijke bedoeling ?  :

 “God lief hebben boven alles en de naaste als jezelf. “ Het gaat in de Thora om liefde. Liefde voor God, liefde voor de medemens. Het gaat in de Thora ook om liefde op het maatschappelijke vlak die bestaat in sociale gerechtigheid : zorg voor de vreemdeling, de weduwe en de wees.

Jezus deelt met de Farizeeën de liefde voor de Thora maar wil deze niet op al te starre wijze volgen. Daarom vertelt hij de gelijkenis :

Een vader had twee zonen. Terwijl de vader nog leeft vraagt de jongste hem al om zijn erfdeel. Hij ontvangt deze en reist naar een ver land.

We lezen snel heen over de uitdrukking “ een ver land “. We  staan er niet zo bij stil . Het lijkt slechts te gaan om de grote afstand tussen het thuisland en het verre land. Maar zo is het niet.

Dat het een “ver land “is wil zeggen dat het een land is dat ver af ligt van Israël:  het “ land dat vloeit van melk en honing . “  En deze naam is niet slechts een aanduiding voor de welvaart in het land maar het is een verwijzing naar de Thora.

“ Wat is er sterker dan een leeuw en zoeter dan honing ? “ was het raadsel dat Simson op zijn vrijgezellenfeest aan zijn vrienden opgaf. Het antwoord luidde: de liefde ! De liefde is sterker dan een leeuw en zoeter dan honing.

Israël is het land dat vloeit van melk en honing omdat de liefde er regeert. Op de berg Sinaï gaf God zijn volk de Thora, de leefregels voor het leven in het beloofde land. De essentie van de Thora is liefde : liefde voor God, liefde voor de naaste en liefde op het sociale vlak: rechtvaardigheid en zorg voor de vreemdeling , de weduwe en de wees.

De jongste zoon gaat naar een ver land d.w.z. naar een land dat verwijderd is van de Thora van de liefde en de gerechtigheid. Dat ondervindt de jongste zoon aan den lijve. Wanneer hij honger lijdt is er niemand die zich om hem bekommert. Men kent in het verre land de Thora niet waarin staat dat je moet zorgen voor de vreemdeling, de weduwe en de wees.

De jongste zoon begrijpt nu het wezen van de Thora en wil terug naar het land dat vloeit van melk en honing. Het land dat de Thora als grondwet heeft. Hij denkt bij zichzelf:

 “ De dagloners van mijn vader hebben eten in overvloed en ik kom hier om van de honger. Ik zal naar mijn vader gaan en tegen hem zeggen: Vader ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden; behandel mij als een van uw dagloners. “

De jongste zoon denkt dat hij het zoonschap verspeeld heeft.

Hierover gaat ook een prachtig visioen van de 14eeeuwse mystica Julian van Norwich.  Zij ziet in dat visioen hoe Gods troon op aarde staat en hoe Adam daarvoor staat en met God spreekt. God vraagt Adam om iets voor Hem te doen. En Adam is daar zo blij mee dat hij wegrent om Gods opdracht zo snel mogelijk te vervullen. In zijn haast kijkt hij niet goed uit ,struikelt over een steen en valt voorover languit in de modder. Daar ligt hij en hij schaamt zich dood. Hij durft zijn hoofd niet om te draaien om Gods reactie te zien. Hij denkt dat hij dan Gods toornig gelaat zou zien. Hij schaamt zich dood en voelt zich heel schuldig.

“ Ach” zegt Julian van Norwich, had Adam maar omgekeken, dan had hij gezien dat Gods gelaat geen ogenblik toornig vertrokken was maar dat God voortdurend liefdevol naar hem was blijven kijken. “

Net zoals Adam uit het visioen van Julian van Norwich , dacht de jongste zoon, dat zijn vader vertoornd zou zijn, dat hij zijn zoonschap verspeeld zou hebben en hem pas nadat hij diep berouw zou hebben getoond hem misschien nog als dagloner zou willen laten werken.

Maar als de zoon huiswaarts keert ziet hij dat zijn vader al op de uitkijk staat en wanneer de vader zijn zoon  in het oog krijgt dan rent hij naar hem toe, valt hem om de hals en kust hij hem.

De zoon wil zich uitputten in verontschuldigingen en berouw tonen en om vergeving vragen  maar de vader is geen moment vertoornd geweest, er hoeft van hem geen ritueel van verzoening en vergeving plaats te vinden. Hij geeft zijn knechten eenvoudigweg  de oproep om een feestmaal aan te richten :” Want mijn zoon was dood is weer tot leven gekomen. Hij was verloren en is weer teruggevonden. “

Jezus was een man met grote verbeeldingskracht . Hij had de gave om verhalen te vertellen. Verhalen die spontaan bij Hem opkwamen. En Jezus leefde in een innige verbondenheid met God.

Vanuit die innige verbondenheid met God vertelt Jezus de gelijkenis van de verloren zoon. De gelijkenis weerspiegelt de wijze waarop Hij God beleeft.

En dan zien we dat Jezus in de gelijkenis geen aandacht schenkt aan datgene waar we in de kerk altijd veel aandacht aan geschonken hebben. Jezus schenkt geen aandacht aan schuldbelijdenis en vergeving.

Wanneer de jongste zoon zijn vader ziet dan roept hij uit :

 “ Vader , ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen U ! Ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden. Behandel mij als één van uw dagloners. “

Maar de vader gaat helemaal niet in op de schuldbelijdenis van zijn zoon. En hij spreekt geen woorden van vergeving. Hij zegt eenvoudigweg tegen zijn knechten: “ Trek mijn zoon een mooi gewaad aan en richt een feestmaal aan, want mijn zoon was dood en is weer levend geworden. Hij was verloren en is weer gevonden.

De zoon hoeft zijn zonden niet te belijden en om vergeving te vragen. Hij is zijn zoonschap nooit verloren: de vader heeft geen ogenblik met een toornig gelaat naar hem gekeken.

Zo heeft Jezus God ervaren. Zo hebben mensen Jezus ervaren: wanneer ze bij Hem kwamen dan hadden ze het gevoel in de nabijheid van God te komen en hadden ze het gevoel dat hun zonden al vergeven waren. Schuldbelijdenis was niet nodig.

De boodschap van Jezus is heel radicaal. Te radicaal voor de Farizeeën. Te radicaal voor de oudste zoon die zei : “ Die broer van mij hangt eerst lekker de beest uit en denkt dan zomaar terug te kunnen komen alsof er niet gebeurd is. Hij denkt dat zijn daden geen consequenties zullen hebben ! “

De boodschap van Jezus is misschien ook te radicaal voor ons. Kunnen wij geloven dat God geen ogenblik met een toornig gelaat naar ons kijkt ?  Is schuldbelijdenis en vergiffenis niet juist waar het in de kerk om gaat ? Kun je niet pas vergeving ontvangen nadat je berouw hebt getoond en je zonden beleden hebt ?

Met zijn radicale onvoorwaardelijke liefde zet Jezus ons denken op zijn kop. Kan het zo maar gaan zoals Jezus het in deze gelijkenis voorstelt ? Ik leg de vraag voor aan u en aan mezelf.

Maar ik kan me goed voorstellen dat je wanneer je die onvoorwaardelijke liefde van God en die onvoorwaardelijke vergeving werkelijk tot je laat doordringen, dat je daardoor God lief krijgt, de naaste als jezelf , je zorg gaat dragen voor de vreemdeling, de weduwe en de wees . Amen.

We zien hier hoe radicaal de boodschap van Jezus was. Te radicaal voor de Farizeeën . Te radicaal voor de oudste zoon : “ die broer van mij gaat de hort, hangt de beest uit en denkt dan zo maar terug te kunnen komen. Hij denkt dat zijn gedrag helemaal geen consequenties zal hebben ! “ Deze boodschap is wellicht ook te radicaal  wellicht voor ons :  een Vader, een God die zonder ook maar één ogenblik vertoornd te raken zonder ophouden met liefdevolle ogen naar ons kijkt ?

Schuldvergeving zonder dat er eerst berouw wordt getoond ?

De boodschap die Jezus bracht is die van Gods onvoorwaardelijke liefde. Jezus Zelf had mensen onvoorwaardelijk lief. Mensen hoefden van Hem niet eerst hun zonden te belijden , berouw te tonen en om vergeving te vragen. Wanneer Hij met mensen sprak dan voelden ze zich al vergeven, dan voelden ze dat er  onvoorwaardelijk van hen gehouden werd.

En hierdoor veranderden ze werden ze zelf mensen die God lief hadden boven alles en de naaste als zichzelf. En werden ze zelf mensen die gingen zorgen voor de vreemdeling, de weduwe en de wees.

Amen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

| in Preek van de week.