25 augustus 2019

 

Lezingen: Psalm 103;  Matteüs 25, 31-40
Voorganger: ds. Dick van der Vaart

Gemeente van Christus,

Het Schriftgedeelte dat vanmorgen aan de orde is , is één van de bekendste delen van het nieuwe testament. Het begin is heel mooi en spreekt tot de verbeelding:

“ Wanneer de Mensenzoon komt, omstraald door luister en in gezelschap van engelen, zal hij plaatsnemen op zijn glorierijke troon en alle volken zullen voor hem worden samengebracht…..”

Een prachtig beeld ! De Mensenzoon op een grote troon in licht glorie en luister. Alle volkeren van de wereld schouwen Hem aan. Prachtig !

Maar dan verduisterd het licht want het blijkt dat de Mensenzoon wordt voorgesteld als een strenge onbarmhartige rechter die ,zoals een herder , de schapen van de bokken scheidt : de rechtvaardigen worden uitgenodigd deel te nemen aan het koninkrijk, de onrechtvaardigen staat een eeuwige bestraffing te wachten.

Dit Schriftgedeelte heeft door de eeuwen heen veel mensen angst ingeboezemd. Tegenwoordig geloven vele mensen gelukkig niet meer in een hel. Daar ben ik blij om. Helaas geloven velen ook niet meer in de hemel : dat vind ik jammer.

Vanmorgen wil ik met u delen hoe ik met dit Schriftgedeelte omga. Dit doe ik omdat ik als herder en leraar van deze gemeente mij er verantwoordelijk voor voel om met u te delen wat ik in mijn theologische studie opsteek. U stelt mij in de gelegenheid om te studeren dan mag u van mij verwachten dat ik wat ik opsteek met u deel.

Ik wil hoe ik omga met dit Schriftgedeelte ook met u delen omdat ik hoop dat het  u helpt in uw eigen omgang met de Schrift. Wanneer u met mij van menig verschilt heb ik daar respect en begrip voor.

Voor ik op de inhoud van het Schriftgedeelte inga eerst nog even dit:

De evangelist Matteus heeft zijn evangelie opgeschreven zo’n veertig jaar na Jezus’ rondwandeling op aarde.  Wat Jezus gezegd en gedaan heeft, heeft hij gehoord uit overlevering en gelezen in het evangelie van Marcus en een geschrift dat Q heet ( afkomstig van het Duitse “Quelle” .Dit geschrift bevat uitspraken van Jezus die opgetekend zijn. Die mondelinge en schriftelijke overlevering van Jezus’ woorden mogen als betrouwbaar worden veronderstelt maar het blijft een feit dat Matteus Jezus’ woorden pas veertig jaar nadat ze zijn uitgesproken opgeschreven heeft.

En voor de woorden die Jezus gesproken heeft geldt dat de betekenis ervan kan veranderen door het kader waarin ze worden geplaatst.

Dit betekent dat we wanneer we de evangeliën lezen we ons verstand goed moeten gebruiken. Daarom is het van wezenlijk belang dat we voordat we de Schriften lezen God bidden om de verlichting van ons verstand door het licht van de Heilige Geest.

Wanneer ik na gebeden te hebben om verlichting met de Heilige Geest, het Schriftgedeelte van vanmorgen lees realiseer ik me dat het angst kan oproepen en ik realiseer me ook dat dat Gods bedoeling niet kan zijn. Daarom zou ik boven dit Schriftgedeelte de woorden uit 1 Joh. 4: 18 willen schrijven:

“ De liefde laat geen ruimte voor angst. Volmaakte liefde sluit angst uit want angst veronderstelt straf. “

Laten we nu naar de inhoud kijken. Jezus zegt tegen de rechtvaardigen:  “Want ik had honger en jullie gaven mij te eten. Ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was vreemdeling en jullie namen mij op. Ik was naakt en jullie kleedden mij…. “

En dan antwoorden de rechtvaardigen: “ Heer, wanneer hebben wij u hongerig gezien en te eten gegeven of dorstig en u te drinken gegeven? Wanneer hebben wij u als vreemdeling gezien en opgenomen en u naakt gezien en u gekleed? “

En dan antwoordt de Mensenzoon: “ Alles wat jullie voor één van de onaanzienlijkste van mijn broeders en zuster hebt gedaan dat hebben jullie voor mij gedaan ! “

Wezenlijk is nu dat de rechtvaardigen toen zij goed deden aan mensen dit niet deden omdat ze hoopten op een beloning wanneer ze het deden of bang waren voor straf wanneer ze het niet zouden doen. Zij herkenden de Mensenzoon niet toen ze goed deden.

Ze handelden niet uit eigenbelang uit angst voor straf of hoop op beloning. Ze handelden om niet, uit genade, uit liefde voor hun medemens.

Dit is de kern van  het christelijk geloof : om niet, uit genade , uit liefde je inzetten voor de medemens zonder te denken aan beloning of straf.

Nu denk ik dat Jezus wel  gezegd zal hebben dat de Mensenzoon tegen de rechtvaardigen zal zeggen: “ Wat jullie aan de onaanzienlijkste van mijn broeders en zusters hebt gedaan dat heb je aan Mij gedaan. “ 

Maar ik kan niet geloven dat Jezus gezegd zal hebben dat de Mensenzoon  tegen de onrechtvaardigen zal zeggen: “ Jullie zijn vervloekt, verdwijn uit mijn ogen naar het eeuwige vuur. Want ik had honger en jullie hebben mij niet te eten gegeven. Ik had dorst en jullie hebben mij niet te drinken gegeven. Ik was vreemdeling en jullie hebben mij niet opgenomen. “

Dit gaat in tegen de liefde van God. Wat is er onbarmhartiger dan een eeuwige straf ? Hoe kunnen we nu zo,n onbarmhartigheid aan God toeschrijven? Hoe kunnen we zulke liefdeloze uitspraken aan Jezus toeschrijven ?

De liefdeloze, veroordelende woorden zijn m.i. afkomstig van de evangelist Matteus. Hij heeft Jezus liefdevolle woorden : “ Wat je aan de minste van mijn broeders en zusters hebt gedaan, heb je aan mij gedaan “  geplaatst in het kader van  beloning en straf, hemel en hel. Maar daarmee gaat hij in tegen de kern  van het evangelie: liefhebben om niet.

In 1 Johannes 4: 7 lezen we hier ook over :

“ Geliefde broeders en zusters, laten we elkaar liefhebben want de liefde komt uit God voort. Ieder die liefheeft is uit geboren en kent God. Wie niet liefheeft kent God niet want God is liefde. “

Wie handelt uit angst voor straf of hoop op beloning handelt niet uit liefde. Een mysticus zei eens : “ Ik wil dat mijn liefde voor God helemaal zuiver is . Daarom steek ik de hemel in brand en blus ik het vuur van de hel met water. Ik wil dat mijn handelen alleen bepaald wordt door liefde voor God en mensen. “

De Mensenzoon zegt tegen de rechtvaardigen:

“ Jullie zijn door mijn vader gezegend kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting  van de wereld voor jullie bestemd is . “

Dit koninkrijk is het koninkrijk van de liefde. En dit koninkrijk ga je niet pas na je dood in en begint niet pas aan het einde der tijden. Dit koninkrijk ga je hier en nu al binnen door de liefde.

Ik herhaal nogmaals die tekst uit de brief van Johannes die ik boven Matteus 25 zou willen plaatsen:

“ De liefde laat geen ruimte voor angst, volmaakte liefde sluit angst uit want angst veronderstelt straf. “

De dichter van psalm 103 wist dit al:

“ Liefdevol en genadig is de Heer. Hij blijft geduldig en groot is zijn trouw. Hij straft ons niet naar onze zonden en vergeldt ons niet naar onze schuld. Zover als het oosten is van het westen zover heeft hij onze zonden van ons verwijderd. Zo liefdevol als een vader is voor zijn kinderen zo liefdevol is de Heer voor wie Hem vrezen.”

Gods genade is oneindig groot. Hij vergeeft ons om niet. Hij heeft ons lief om niet en roept ons op hetzelfde te doen.

Amen

 

 

 

 

| in Preek van de week.