23 juni 2019

 

Overdenking 23 juni 2019
Oosterkerk Hoogeveen.
Ds. JWC. Batenburg – eerste zondag van de zomer.

Lezingen: Jesaja 65: 1-9 en Lukas 8:26-39
Liederen: Lied 283: 1,2 en 4; Psalm 100; Psalm 89: 1 en 2; Lied  611: 1 en 4; Lied 630:1, 2 en 4 ;

Lied 686

Overdenkingstekst:

Gemeente van Jezus Christus, lieve mensen van God,

Het is vanmorgen de eerste zondag van de zomer. In het kerkelijk jaar staat in deze periode het samenleven en leren als kerk centraal. In de verhalen van vandaag en de komende weken staat ons leven als gelovige mensen centraal in de lezingen. Wat betekent het om gelovig te zijn? Deel te zijn van de gemeenschap van God? En te leven in het licht van Pasen? En wat heeft Jezus, de zoon van de Allerhoogste, met ons te maken?

Grote vragen, waarop misschien ook grote, ware en massieve antwoorden te geven zijn, misschien ook wel gegeven zijn in het verleden. In uw en mijn herinnering. Toch is dat niet waar het omgaat vanmorgen. Geen grootste antwoorden, liever houden we het persoonlijk.

2. Want als het gaat om gelovig leven, dan gaat dat niet buiten ons zelf om. Dan raakt dat ook een stukje van jezelf. En waar jezelf geraakt bent. Daar komen ook de vragen.

Soms heel gelovig. Soms meer moreel en soms ook meer maatschappelijk. Als je daar een tegenstelling wil zien. Het zijn levensvragen. Vragen naar de samenhang van het al.

Sommigen worstelen met de pijn die hun geliefden treft. Anderen met onrecht dat gedaan wordt. Weer anderen met de handelingen die andere gelovigen in Gods naam doen. En misschien is uw vraag nog wel heel anders…

Welke vraag leeft bij jou?

En die vraag die bij jou leeft. Durf je die ook wel te stellen? Te zoeken naar een antwoord?

3. (Jesaja 62:1 en 2)

In het gedeelte uit Jesaja horen we over God en hoe hij verlangt naar de ontmoeting met Israel. De profeet Jesaja gebruikt het beeld van God als een persoon die zichzelf aanbiedt. Stelt zich beschikbaar: Spreidt zijn handen uit en zegt: “hier ben ik” “hier ben ik” zoek het bij mij.

Voor de geoefende Bijbellezer is duidelijk dat dit de wereld op zijn kop is. Normaal gesproken is het de mens die zich aan God toewijdt, die zich beschikbaar stelt.[1] God biedt zichzelf aan: raadpleeg mij, kom bij mij met je vragen, met je dankbaarheid.

4. Ook over Jezus hebben we vandaag gehoord dat hij zich aanbiedt. Hij gaat naar de overkant van het meer naar het gebied van de Gerasenen. Dat is een niet plek waar de joden woonden. Het is het gebied van de heidenen. En Jezus gaat erheen. En biedt zich als het ware aan. Hij stelt zich beschikbaar ook voor deze mens en de andere mensen in dit gebied. Hij benadert mensen niet actief maar laat zich aanspreken, laat zich raadplegen. Hij biedt zich aan.

5. En dat doet hij niet zomaar.

Hij laat zich vinden op een verlaten plek. Waar een man die in rotsgraven woont zich durft te wagen en zich durft te vertonen.

  • Het beeld dat van deze man geschetst wordt
    • Naakt
    • Wild
    • Hij moet vastgebonden worden
  • Hij leeft in een schijngebied. Tussen de graven, tussen de doden.
  • Voor mensen onbereikbaar. Voor zichzelf helemaal.

6.

Wat heb ik met jou te maken Jezus, zoon van de Allerhoogste God? Ik smeek je, doe me geen pijn. (vers 28).

  • . pijn doen –

Dit werkwoord gaat terug op het zelfstandig naamwoord basanos. Wat verwijst naar een teststeen. Een steen waarop metalen als goud werd getest om te kijken waar het van gemaakt was. Om te zien of het resten achterliet en te zien of het in goede staat of zuiver was.[2]

Dat testen werd gedaan door met harde hand over de steen te strijken – vandaar de betekenis pijn doen.

Maar het roept dus ook dat beeld op van een test: de test van welk materiaal je gemaakt bent. Een onderzoek naar wat steek houdt in je.

            En dat is wat Jezus doet. Hij vraagt naar de kern.

  • Vraagt naar de naam van de man.

Naar zijn diepste kern. En brengt hem daar terug.

Alle geesten in hem – alle stemmen

Alle gedachten, de demonen, het legioen ze worden weggezonden. Jezus is wil de geschapen aard van de man aan het licht brengen.

  • Het is als in de Jesaja tekst:

Zolang er sap in de druiventros, zegt men:

Vernietig hem niet, er zit nog iets goeds in.

Voor mijn dienaren zal ik hetzelfde doen.

Ik zal niet alles vernietigen.  (jesaja 65:8)

  • Dat goede – dat brengt Jezus naar voren.

 

7. Zoeken naar een antwoorden op je vragen. Dat mag je doen bij de Allerhoogste (zie Genesis 14:18) Bij de God van Abraham en Jakob, de God van Israel, die we leren kennen door de persoon van Jezus Christus, die we leren kennen door de woorden uit de Bijbel heen, de we leren kennen door zijn Geest.

We hoeven niet te zoeken in ons zelf. Eindeloos ons binnenste naar buiten te keren. En alles maar zelf te verzinnen. We hoeven niet te zoeken in de bevestiging van anderen. De stemmen van anderen om je heen hoeven je leven niet te leiden, niet te beheersen. Ook hoeven we ons niet te laten gezeggen, door de indrukken die ons van alle kanten toekomen. We mogen het van ons af laten glijden. We hoeven het daar niet te zoeken, we mogen leren leven volgens de weg die Jezus wijst.

Hij wil ons ontwapenen. Vraagt ons naar onze naam. En als we die niet meer kunnen vinden. Doordat er een legioen aan stemmen, gedachten, verlangens en dromen zich in ons genesteld hebben. Wil hij ons bevrijden. Ons terugbrengen naar de kern.

8. Waar gaan wij heen met onze vragen? Waar hopen wij antwoorden te vinden? Ik denk in deze tijd, en misschien geldt dat ook wel voor andere tijden. – Ik zou wel benieuwd zijn dat uit te wisselen –

Dat er zoveel andere plekken waar je antwoorden kunt vinden: bij familie en vrienden, bij mensen om je heen. In je werk, in de wetenschap, maar vooral ook en steeds meer op blogs, youtube, instagram, tv-series. Ze wijzen ons wegen om te leven: Zo hoort het, zo kan het, doe je mee?

Mensen, verhalenvertellers bieden zich overal aan. 

[voorbeeld]

9. Waar het Woord onze levens raakt vanmorgen is op dit punt:

Welke vraag leeft bij jou?

En die vraag die bij jou leeft. Durf je die ook te stellen? Te zoeken naar een antwoord?

Dat zou een mooie opdracht kunnen zijn voor de komende maanden. Stel vandaag een vraag en ga de zoektocht aan. Niet gelijk een legioen, maar eerst maar eens een.

Ga op zoek. Want op die vraag van jou zijn vele antwoorden te vinden. Mensen, verhalenvertellers bieden zich overal aan. 

Maar wees alert. Want tussen al die aanbieders, staat ook God, de Allerhoogste. Hij hoopt dat je hem raadpleegt. Dat je hem opzoekt zodat hij je kan bepalen bij wie je werkelijk bent. Je kan kleden en je op nieuwe wegen kan brengen.

Misschien ben je tegen de tijd dat de bladeren van de bomen vallen een stukje wijzer geworden. Dan wel over jezelf, dan wel over de chaos in je binnenste.

10. Zo bid ik ons toe. Dat ook wij in de chaos van onze gedachten, als het moeilijk is, als je er niet uitkomt

Jezus mag ontmoeten. Tot hem mag schreeuwen over alles wat er in je is. En dat hij bevrijdt. Op nieuwe wegen zet. Zodat je thuis kunt komen en op de plek waar je bent en hoort zijn rust en vrede mag uitdelen. Amen. 

 

[1] In vers 65:5 is dezelfde omkering te bespeuren: de mensen zeggen daar tegen God dat hij uit hun buurt moet blijven, omdat zij zelf te heilig zijn voor hem.

[2] Later is dit woord ook gewoon ‘pijn’ of ‘smart’  gaan betekenen.

| in Preek van de week.