16 juni 2019

 

Lezingen: Exodus 3, 1-6 en 13-14 Joh. 3, 1-16

Voorganger: ds. B. Metselaar (Beilen)

Gemeente van Jezus Christus. Geloven.
Hopen. Liefhebben. Het is nooit vanzelfsprekend. Je kunt het elkaar ook niet geven. Hoe pijnlijk is dat niet?! Je houdt van elkaar maar juist dit wat jou zo diep raakt kun je niet delen. Je kinderen doen er niet meer aan. Je kleinkinderen: wat weten ze nog? “Genade is geen erfgoed,” zeiden de vromen vroeger. Het is een gave en: ja, het is ook een opgave. Vandaag valt alle nadruk op het eerste. Geloven. Hopen. Liefhebben: het is een geschenk van God! De Vader. De Zoon. De Heilige Geest. In het Bijbelverhaal van vandaag heet het: geboren worden. Nee, geloven heet: nieuw geboren worden.
Barnard, leert ons zingen: “een lied van verwondering!” “Opnieuw geboren uit water en uit duisternis”. De “Geest van hier boven leert ons geloven, hopen, liefhebben,” God die wij vandaag vieren als de Drieënige omdat wij Haar mogen aanbidden als: Moeder – Vader, en dan ook als de Zoon en dan nog als de Heilige Geest. God is de bron van ons geloven, hopen en liefhebben.
Het is een kostbaar geschenk dat ons is toevertrouwd. En dat heeft iets…onverwachts…ongrijpbaars… Het overkomt je als een plotselinge verliefdheid. Het is als met die braamstruik, daar bij Mozes in de woestijn. De stem die hem roept. Het lijkt ook op het komen van Jezus in deze wereld. Niemand zat op Hem te wachten. Geen plaats in de herberg. Het lijkt op ons eigen geboren worden.
Uit het nachtgesprek met Nicodemus komen twee kernmomenten naar voren: Ons geloven is een wonder dat lijkt op het komen van Jezus in deze wereld. Ons hopen en liefhebben is als een nieuw geboren worden. Jezus….vanwaar is Hij gekomen? Hij was er zo maar. Wij wisten niet van Hem. “In onze diepste dromen” leert Oosterhuis ons op het Kerstfeest zingen: “In onze stoutste dromen was God nooit hier en nu”. “Een nieuwe God” durven we Hem dan zelfs te noemen: Johannes weet dat ook.
Met zijn woorden zeggen we: “Hij is van boven”. “Jezus was aan de boezem van de Vader” vertelt hij in vrouwelijke taal. -1- Jezus is uit de hemel. “Uit het hart van God” kan je ook zeggen. Jezus is anders. Hoe menselijk ook. Hij is anders dan wij. Wij zijn van beneden. Hij is van boven. Wij zijn uit de aarde. Hij is uit de hemel. Wij zijn uit onze moeder geboren. Hij komt uit het Hart van God. Wij zijn vlees, lichaam. Hij is Geest. Wij zijn van beneden. Uit de aarde. Heel lichamelijk. Daar is niets mis mee.
Dat is juist onze glorie.

Een hoogtepunt in het Scheppingslied: Als God mensen boetseert uit de aarde… Als wij worden wat wij zijn.
Als Hij Zijn adem in ons blaast.
Dan kan ons leven beginnen: Uit de aarde aards. Stof uit stof.
Op een intieme manier verbonden met elkaar: Jij en ik, van dezelfde stof, van hetzelfde materiaal gemaakt. Op een intense manier verbonden met al wat is, met al wat leeft: Jij en die bergen – jij en die roos – jij en jouw hond — “Door het Woord gezaaid: die sterren hemelhoog” en jij en jouw kind – jouw kleinkind. Een diepe DNA-verwantschap. Mensen van beneden. Uit de aarde aards. Dat is onze glorie. Daar is niets mis mee. Ware het niet…. Er is iets bijgekomen. Het kwaad is er bijgekomen.
En toen kregen die woorden: aarde – aards – van beneden – stof – vlees…. Zij hebben een negatieve klank gekregen. Zij betekenen nu ook: Kwaad. Zondig. Onbereikbaar voor de liefde van God.
Onbetrouwbaar in de liefde voor mensen. Rovers in Gods goede schepping. “En daarom”, zo begrijp ik Jezus in Zijn gesprek met Nicodemus: “Daarom moet een mens leren geloven, hopen, liefhebben. Hij moet nieuw geboren worden. Van boven geboren worden. Uit water en uit duisternis. Jezus is in gesprek met Nicodemus. Een farizeeër uit Israël. Een buitengewoon, fijnzinnig mens. Een mens die achter de woorden en daden van Jezus meer, veel meer…. Ziet? Gelooft? Begrijpt? Nee! Hij ziet niet. Hij begrijpt niet. Hij gelooft niet. Nog niet. Hij vermoedt. Hij vermoedt dat er veel meer achter zit.
De Bijbelwoorden van Tora en Profeten die hij – de zeer geleerde man – kan dromen. Bijbelwoorden komen tot nieuw leven als Jezus ze aan de mensen uitlegt. Nicodemus vermoedt: Jezus is niet zo maar alledaags, hoe gewoon ook. -2- Jezus is niet zo maar van beneden, van hier en nu. Jezus is niet zomaar mens, hoe menselijk ook. Er is een geheim in en rondom Jezus, zoals er een geheim is in die Naam die Mozes hoort vanuit het brandende braambos: “Ik ben die Ik zijn zal”

En Nicodemus moet er meer van weten. Maar hij -wij- zeg ik nu ook maar. Want Bijbelverhalen gaan ook over ons. Wij kunnen er niet meer van weten. Wie uit de aarde geboren is moet immers nieuw geboren worden. Wie uit een vrouw geboren is moet geboren worden uit water en uit Geest. Jij, kind van menselijke ouders, vandaag mag je opstaan tot: kind van God. Van boven geboren worden is nieuw geboren worden. Dàn kan je het begrijpen Nicodemus. Dan leren mensen geloven, hopen, liefhebben. Dan komen we tot het tweede moment uit het gesprek. In dat “opnieuw geboren worden” herken je het “gewoon geboren worden”. Zeg maar: het geboren worden zoals elk van ons dat overkomen is. Het heeft in de eerste plaats iets onverwachts ook al kijk je er negen maanden naar uit. Het begin onttrekt zich vaak aan onze waarneming. We weten: in die ontmoeting van man en vrouw, in de verrukking van hun liefde. Daar ergens is nieuw leven verwekt…. Meestal min of meer gepland, dat wel tegenwoordig. Soms in het bewustzijn dat het niet vanzelf gaat. Dat het soms ook niet gaat! Soms toevallig. Soms… Nou ja, wie weet niet hoe dat gaat of niet gaat? Dit herken je als je gaat geloven, hopen, liefhebben. Wanneer is het begonnen? Wanneer ging jij voor het eerst vertrouwen op God? Wanneer was er die hoop, dat oergevoel, dat je niet alleen bent hoe eenzaam soms ook? Dat jouw leven niet toevallig is: een druppel in de oceaan. Wanneer geloofde je dat voor het eerst?
Onverwacht ben ik opnieuw geboren. Een tweede vergelijking valt me in: Geboren worden kost pijn: geboortepijn. Wat weet je als man nu van geboortepijn? Ook al mag je vader zijn. Je staat er bij, als je geluk hebt. Je leeft mee…. Uiteindelijk heb je het toch maar van horen zeggen. Maar zo weten we het dan toch: er is pijn. Geboortepijn. Pijn van de moeder. Zonder pijn wordt geen mens geboren. Zonder pijn wordt ook geen mens nieuw geboren. Geloof komt door het lijden heen. God wordt in deze woorden van Jezus tot een Moeder. -3- Een moeder die de pijn draagt om ons het leven – het nieuwe leven te geven. In het Evangelie van Johannes krijgt het Kruis iets vrouwelijks. Minder hard? Minder ruig? Minder vernederend? Zeker niet! Vrouwelijk moeten we niet verwarren met: zwak, slap, softy.
Het kruis is ook bij Johannes ruig en hard. Maar er komt iets bij. Het kruis is voor Jezus niet alleen maar vernedering. Het is het begin van verhoging. Begin van overwinning. Aan het kruis van Golgotha komt Gods plan dichter bij zijn voltooiing. Dit lijden is Gods wonderlijke, liefdevolle, overmacht. In deze pijn is God een vrouw, een moeder die met een schreeuw van pijn nieuw leven geeft! “Kondigt het jubelend aan…..: God heeft ons wedergeboren!” Een derde – laatste – punt van vergelijking: als kind ben je passief in het geboorteproces. Je kan er niets aan doen! Je bent er wel bij betrokken. Je kunt zelfs zeggen: het gaat om jou. Uit de veilige, warme moederschoot moet jij op weg naar een puur zelfstandig bestaan.

Zo word je ook nieuw – geboren. De pijn van jouw nieuwe leven draagt een ander. De verantwoordelijkheid voor het leven van kinderen ligt bij de ouders.
De verantwoordelijkheid voor ons nieuwe leven ligt bij God. “Hij doet ons wedergeboren worden tot een levende hoop”, zegt de Apostel. Wij hebben er niet om gevraagd. Het heeft iets van: DE ANDER Die ons leven voor Zijn rekening neemt. En toch ben jij het om wie het gaat. De moeder lijdt pijn voor jouw leven. God lijdt pijn opdat wij nieuwe mensen zullen zijn. Nieuwe mensen… onverwacht geboren en getogen…. Na de Vader die onze Schepper is en de Zoon die de pijn van het nieuw geboren worden draagt, komt met Pinksteren God voor de derde maal. Komt de Geest erbij. Dan moet Mozes naar zijn volk om het te bevrijden. Dan wordt de gave van het geloof, de hoop en de liefde een opgave: jij moet het nu echt gaan doen: het oude leven loslaten en opstaan tot de Vreugde. Dan worden wij gegeven aan elkaar.
De Geest van hierboven leert ons geloven, hopen, liefhebben.
AMEN!

| in Preek van de week.