15 september 2019

 

Lezing: 1 Samuel 17 , 31 – 58

Voorganger: ds. Dick van der Vaart

Gemeente van Christus,

Voor ik inga op het prachtige verhaal over David en Goliath wil ik eerst het grote kader schetsen waarbinnen we dit verhaal moeten begrijpen.

Vorige week hoorden we dat het volk Israël aan de profeet Samuël vroeg om een koning. Samuël antwoordde : “ Hoezo ? Jullie hebben toch een koning ? God is Koning. Hij heeft ons de Thora gegeven als grondwet voor het leven in het beloofde land. We kennen zijn wil. We hebben geen koning nodig. Bovendien: een koning zal een leger op de been roepen en jullie zonen opeisen. Jullie dochters zullen op het land moeten werken. Jullie zullen belasting moeten betalen. Begin er niet aan ! “

Maar het volk volhardt in zijn wens: “ Alle volken hebben een menselijke koning wij willen er ook één ! “ Dan zegt God tegen Samuël : “ Geef ze hun zin. Geef ze een koning ! “

Zo wordt Saul tot koning gezalfd. Hij mag regeren bij de gratie van God. Hij mag regeren in Naam van God. Maar dat betekent dat hij moet regeren in de geest van God. Doet hij dit niet dan zal God hem zijn koningschap ontnemen.

Wat houdt dat in : regeren in de Geest van God ? Dat lezen we in de Thora en in psalm 72:“Hij zal de redder zijn der armen. Hij hoort hun hulpgeschrei. Hij is met koninklijk erbarmen hun eenzaamheid nabij.“

En de Thora: “ Heb God lief boven alles en de naaste als je zelf. Zorg voor vreemdeling, weduwe en wees, bewerk en bewaar de aarde. Bewerk de aarde maar put de aarde, de zeeën en de lucht niet uit !”

 

Dan blijkt Saul niet in de geest van God te regeren ( wat funeste gevolgen zou hebben voor de aarde, de vreemdelingen, de weduwen en de wees ) daarom ontneemt God Saul het koningschap en geeft het aan David. Hij mag regeren in Naam van God en ontvangt daardoor de zalving met de Geest van God.

 

Nog even iets over de wijze waarop wij het boek Samuël moeten lezen. Het is niet in één keer door één schrijver in korte tijd geschreven. Het is tot stand gekomen in een lang redactieproces. Het is het resultaat van een lang proces van schrijven en herschrijven . De eerste verhalen werden opgeschreven 1000 voor Christus. De laatste 500 voor Christus. Dus in een periode van 500 jaar.

Het boek is een mengvorm van geschiedschrijving en vertelkunst. Je moet het boek niet lezen zoals je b.v. de boeken leest van Lou de Jong over de Tweede Wereldoorlog als een exacte weergave van wat er echt gebeurd is.

Maar je moet het boek ook niet lezen als een roman, als een helemaal verzonnen verhaal.

Het is geen fictie en geen non-fictie. Het is geschiedenis geschreven met verbeeldingskracht.

En het is meer dan dat : de schrijvers willen laten zien dat God in de geschiedenis werkzaam is. Niet op de wijze dat hij natuurwetten uitschakelt en op bovennatuurlijke wijze ingrijpt . God werkt door mensen. Mensen die wel of niet op Hem  vertrouwen. Mensen die wel of niet leven volgens de richtlijnen van de Thora.

Bijbelse geschiedschrijving is spirituele geschiedschrijving. Je kijkt naar een dieptedimensie van de geschiedenis. Zoals je op de rontgenfoto de dieptedimensie van het lichaam ziet , zo zien we in het boek Samuël de dieptedimensie van de geschiedenis van Israël.

 

 

 

Dan nu naar het verhaal van vanmorgen.

Hoe is de situatie ?  De legers van koning Saul en de Filistijnen staan tegenover elkaar. Het leger van Saul op de ene berghelling. Het leger van de Filistijnen op de berghelling ertegenover . Tussen hun in ligt het dal. De strijd zou ieder ogenblik kunnen losbreken maar blijkbaar zijn de legers aan elkaar gewaagd en durft geen van beide te beginnen.

In zulke gevallen kwam het vaker voor dat men de strijd op een andere manier probeerde op te lossen nl. door twee vertegenwoordigers van de legers, twee kampvechters, het  tegen elkaar te laten opnemen. Het leger van de kampvechter die de tweestrijd won werd beschouwd als de winnaar van de slag.

Zo treedt Goliath naar voren als kampvechter van de Filistijnen. Een reus van een kerel. Bijna drie meter lang. Hij draagt een loodzware wapenrusting. Een bronzen helm, een  borstpantser met bronzen schubben die alleen al 57 kilo weegt, bronzen scheenbeschermers, een bronzen zwaard en een lans met een steel die zo dik is als de boom van een weefgetouw. Alles bij elkaar opgeteld weegt de uitrusting wel 150 kilo.

Goliath daagt het leger van Saul uit om een kampvechter te kiezen die het tegen hem op durft te nemen. De wijze waarop hij spreekt is smalend, honend, er spreekt een diepe minachting uit : “ Ik ben een vrije Filistijn. Jullie zijn maar slaven van Saul. Kies iemand uit jullie midden met wie ik een tweegevecht aan kan gaan ! De minachting die Goliath voelt voor de soldaten van Saul, voelt hij ook voor de God van Israël. En minachting voor de God van Israël impliceert ook minachting voor de Thora, minachting voor recht en gerechtigheid.

Wanneer Saul de woorden van Goliath hoort komt er geen heilige toorn in hem op waardoor hij het waagt om zelf de tweestrijd met Goliath aan te gaan, in het vertrouwen dat God hem kracht zal geven, nee, Saul verlamt van schrik.

Dan arriveert de kleine, rossige David, die zo helder uit zijn ogen kijkt en van wie wij weten dat hij door God als opvolger van Saul is aangewezen en met het oog daarop door Samuel gezalfd is tot koning d.w.z. de gaven van de Heilige Geest ontvangen heeft die hij als koning nodig zal hebben.

Hij informeert wat er aan de hand is en biedt aan tegen Goliath te willen strijden. Saul biedt hem zijn wapenrusting aan : bronzen helm, borstschild, beenbeschermers, zwaard….maar het gewicht van dit alles is zo groot dat David er niet mee kan lopen. Daarom legt David de wapenrusting weer af.

Hij besluit het gevecht aan te gaan met de wapens die hij als herder kan hanteren : een stok en een slinger met stenen. Wapens waarmee David leeuwen en beren verjaagde die zijn kudden aanvielen.

Een stok lijkt in onze ogen geen gevaarlijk wapen maar in de handen van een ervaren herder kon deze dodelijk zijn ( denk aan de Oosterse vechtfilms waarin strijders reuzenspongen maken en de stok als dodelijk wapen hanteren ).

En de slinger met steen werd door herders met dodelijke precisie gehanteerd. Zoals Wilhelm Tell met pijl en boog een appel van iemand hoofd kon schieten op grote afstand zo kon een herder een appel van iemands hoofd schieten met slinger en steen.

 

Zo loopt David op Goliath af met slinger en stok. Met zware stappen komt Goliath aangelopen. Hij nam de kleine David geringschattend op en bulderde: “ Ben ik soms een hond dat je met een stok op me af komt ? “ En hij vervloekte David in de naam van zijn goden.

Hier wordt de diepere spirituele laag van het verhaal zichtbaar. Goliath vervloekt David in de naam van zijn goden. Dat zij Dotan en Astarte. Het gaat hier niet alleen om een strijd tussen David en Goliath maar om de strijd tussen de God van Israël en de heidens goden Dotan en Astarte. Het gaat om een strijd tussen recht en onrecht. Het gaat om de God van Israël die zich bekommert om de recht en gerechtigheid, om de vreemdeling, de weduwe en de wees. Het gaat om de God van Israël die een wereldwijd rijk van recht en vrede voor ogen heeft . En het gaat om de heidens goden die staan voor het recht van de sterkste. Goden in wier naam mensen tot slaven gemaakt worden en uitgebuit en onderdrukt.

“Kom maar op “ roept Goliath dan maak ik jou tot aas voor de gieren en de hyena’s  ! “

 

En dan antwoordt David: “ Jij daagt me uit met je zwaard en je lans en je kromzwaard “ d.w.z. “Jij vertrouwt op  macht van geweld. Jij vertrouwt op het recht van de sterkste  maar ik daag je uit in de Naam van de Heer van de hemelse machten de God van de gelederen van Israël die jij hebt beschimpt. “

En dan pakt David een steen uit zijn herderstas. Doet deze in zijn slinger. Zwaait de slinger boven zijn hoofd en slingert de steen weg en treft Goliath zo hard tegen het voorhoofd dat de steen bij hem binnendringt. Goliath stort ter neer voorover en sterft.

Goliath valt voorover. Dit is een verwijzing naar Samuël 5 . De ark van God met daarin de twee stenen tafelen van Mozes is buitgemaakt door de Filistijnen. Ze plaatsen de ark in de tempel van hun god Dagon. De ark staat voor het beeld van Dagon. Wanneer ze de volgende morgen de tempel binnenkomen blijkt het beeld van Dagon voorover gevallen. Dagon buigt voor de God van Israël die het opneemt voor de vreemdeling, de weduwe en de wees. Dagon buigt voor de stenen tafelen met daarop de richtlijnen voor het leven in het beloofde land. Richtlijnen die neerkomen op recht en gerechtigheid en zorg voor de medemens. De heidense god buigt voor recht en gerechtigheid en zorg voor de medemens.

Goliath viel voorover en buigt voor recht en gerechtigheid.

Vervolgens hakt David Goliaths hoofd af en doden Sauls soldaten de soldaten van de Filistijnen. Legitimeert de bijbel geweld in naam van een heilige oorlog ? Zo mag je deze verhalen niet lezen. Je moet er altijd bij zeggen dat God geweld afkeurt.

Een prachtig voorbeeld hiervan is de liturgie van de Joodse Sedermaaltijd. Wanneer er wordt verteld dat de soldaten van de Farao verdronken in het water van de Schelfzee  staat er : “ En de engelen in de hemel juichten . “  maar God vraagt hen: “ Waarom juichen jullie? De soldaten van de Farao zijn toch ook Mijn kinderen?”

Amen

 

 

 

| in Preek van de week.