17 maart 2019

 

Lezingen Exodus 34: 27 – 35
  Lucas 9: 28 – 36

voorganger ds. B. Metselaar

Gemeente van Jezus Christus. 

“Gij zijt zo groot, zo schoon”.
Een dominee van Meppel, doctor Miskotte, schrijft in zijn dagboek: “Schoonheid is een gestalte van de hoop”, “God is mooi” zeg ik een beetje eenvoudiger. Schoonheid: gestalte van hoop. Als je iets moois ziet – als je jezelf mooi maakt, krijg je weer zin om te leven. Hoop als die wonderlijke kracht van de Heilige Geest. Kracht om vol te houden ook als alles tegen zit. Zeker weten! Over die schoonheid van God gaat het vandaag en over die hoop! Over zin om te leven. Je verwacht er nog iets van! Die schoonheid van God is stralend aanwezig bij die mens Mozes. Hij “mag, o Heer, U geven, de weerglans van het licht”. Als Mozes veertig dagen en veertig nachten – daar heb je het weer: de Veertigdagentijd. Mozes is veertig dagen en veertig nachten op de Berg “met God alleen geweest”. Dan komt hij bij zijn volk terug in een verblindend, stralend licht. Het is de schoonheid van God die afstraalt op de mens Mozes. Als een licht in het donker is die schoonheid aanwezig in het Gebod. De Tora! Samengevat in wat we noemen de “Tien Woorden van bevrijding”: een lamp voor de voet, een licht “dat het duister op doet klaren”. Je kunt weer wat zien. Je kunt weer mooie dingen zien. Het leven krijgt “zin en samenhang”. Er gloort weer hoop. De Tora! De Tien woorden die de goede richting wijzen in de woestijn. Wie zich aan die woorden houdt kan veilig thuis komen in het Beloofde Land. Die woorden heeft God aan Mozes bekend gemaakt. Gegrift in steen. Ze zijn vast en zeker. Tien woorden. Kan het eenvoudiger? Schoonheid en eenvoud gaan hand in hand. Een tweeling-woord net als “liefde en trouw”, “recht en vrede”. Woorden die elkaar nodig hebben om tot hun volle betekenis te komen. “Hemel en aarde”, en nu dus ook: “eenvoud en schoonheid”. Het is niet moeilijk: niet te hoog, niet te diep. “Niet in de hemel”. Wie zou ze ons daar vandaan halen? “Niet aan de overkant van de zee”. Bijbeltaal voor het rijk van de duisternis. “Wie zal de wijde oceaan bevaren” om ons die woorden te leren? “Vlak voor u ligt de weg naar het leven”, zegt Mozes. -1- Woorden in steen gegrift nu ook “in uw eigen hart geschreven”. “Nietwaar?” vraagt Jezus: “Mijn juk is zacht, Mijn last is licht”. Laat je niet gek maken in een maatschappij die doldraait in: steeds meer, hoger, machtiger. Altijd beschikbaar: e mail en mobieltje. Nooit meer zonder dat gezeur. Maar “echt contact”? Rust en ruimte voor vriend, vrouw, kinderen? Is echt contact nog wel de bedoeling? Ben je door al die drukte niet veel te moe? “Kom” zegt Jezus. “Kom met Mij mee in al je vermoeidheid. Hoop op God. “Wacht op de Heer en houd u onversaagd”. Krijg weer wat zin in het leven. Hou vast het vertrouwen in de weg van bevrijding. Vertrouwen in die God “zo groot, zo schoon”. Het glanst op het gezicht van Mozes als zonlicht in de zomer. “Die schoonheid heb ik eerder gezien”, zegt Lucas, de Evangelist van vandaag. “Zij straalde in volle glorie over de herders in de Kerstnacht”. De engelen zingen over de schoonheid van God. “Gloria in excelsis Deo!” Nu neemt Lucas ons mee naar die Berg. Jezus is er met Petrus, Johannes en Jakobus. Dan verschijnen ook Mozes en Elia in hemelse schoonheid, glans en glorie. Die heerlijkheid straalt af op Jezus. Herkennen wij Hem dan nog? Een profeet zegt ons over Hem: “Zie: Gods knecht zonder gedaante en heerlijkheid”. Zo hebben we Hem leren kennen: een kind in een voerbak. Een gewone Joodse jongen die als twaalfjarige belijdenis doet, volwassen wordt. Een Leraar met wie je in gesprek kunt gaan, kritische vragen mag stellen. Met wie je het zelfs wel oneens kunt zijn. Een man in gezelschap van vrouwen aan de rand van de samenleving. Die gezien wordt in de huizen van sjoemelaars en oplichters. Mensen die totaal de weg kwijt zijn zoekt Hij op. De pijn en de moeite van zieken en gehandicapten gaat Hij niet uit de weg. En, nietwaar? Waar je mee omgaat word je mee besmet! Maar nu straalt de heerlijkheid van God op Hem af. Hij “mag, o Heer, U geven de weerglans van het licht”. Zijn schoonheid wordt een teken van hoop: kracht om vol te houden. Als je mooie dingen ziet krijg je weer zin om te leven. Als je mooie muziek hoort word je vrolijk en kan je er weer tegen. Waarom anders lopen jongeren met zo’n dopje in het oor? -2- Muziek maakt hun wereld de moeite waard. Helpt hen nog iets van het leven te verwachten. Een mooi boek raakt je, ontroert je, geeft nieuwe energie. Daarom is het heel zinvol om je mooi te maken: een geurtje, een kleurtje, een nieuwe trui. Even naar de kapper zodat mensen graag naar je kijken. Zodat je zelf zegt: ik voel me goed: een ander mens! Ook al heeft zij wel een punt als ze vraagt: “Echte schoonheid zit toch van binnen?!” Mooie bloemen, mooie kleuren: zij verwijzen naar God in Zijn glorie. En dat in alle eenvoud. Schoonheid en eenvoud: hand in hand. De zonnebloemen van Van Gogh. De landloper van Jeroen Bosch. Vraag de kunstkenner. Zij zal je zeggen hoe knap het geschilderd is. De trio-sonates van Bach. Vraag de organist hoe moeilijk ze te spelen zijn. En toch zijn ze zijn niet alleen voor hoger opgeleiden wat dat dan ook zijn. Het “licht en donker” van Rembrandt raakt ieder mens. Reproducties hangen in talloze alledaagse woningen. Muziek van Mozart, Bach, Beethoven dringt door in je hart ook al kan je geen noot lezen en weet je nauwelijks het verschil tussen een klarinet en een fluit. Schoonheid en eenvoud op de Berg van de Verheerlijking. Ze zijn er allereerst en allermeest voor Jezus. Hij gaat de weg van de Veertig dagen. De “beproeving van de wildernis”. Hij moet die weg volbrengen tot in Jerusalem, tot op de dag van Zijn Exodus – Zijn uittocht. Zijn bevrijding uit de slavernij, Zijn overwinning op de dood. Hoe hou Je dat vol Meester? Hoe zal Je die weg gaan die over Golgotha loopt? Hoe zal de hoop van Israël ook nog in Jou stand houden als ze Je slaan met stokken, gevangen nemen, geselen, kruisigen? Zal Je straks toch nog afkomen van dat Kruis en alleen Jezelf redden? Gaat onze wereld, gaan wij zonder Jou dan toch nog hopeloos verloren? Jezus houdt het vol omdat Mozes naast Hem gaat en Elia. Omdat de heerlijkheid van God op Hem afstraalt. Zoals Mozes aan Israël glanzend Gods weg bekend heeft gemaakt. Zoals Elia en al de Profeten Israël steeds weer terug brachten op die weg van bevrijding. Zo zal Jezus volbrengen “alles wat over ons geschreven is”. -3- Petrus is lang niet gek als hij onmiddellijk tenten wil bouwen. Deze heerlijkheid, deze glans wil je immers vasthouden – bewaren. De hoop op leven. De stille vrede van gebed, lofprijzing, aangeraakt zijn, gekend worden. Een arm om je heen. Meetellen. Een verzoend bestaan. Vrede met God, met de ander, met jezelf. Dat wil je toch niet weer kwijt? Dat wil je koste wat kost vast houden. Bouw er een tent, een huis, een muur omheen. Het kan niet. Nog niet. De geur van je parfum. De kleur waardoor je haar vrolijk glanst. Het gaat voorbij. Verwaait in de wind. Verbleekt in de zon. De echo ook van de mooiste muziek sterft langzaam weg. Je moet de weg in het gewone leven weer op je nemen. Daar zal je ooit vrede vinden. Vrede in pijn en moeite. Petrus: jij moet nog mee naar Kajafas. Voor jou komt nog die grote leugen. Jacobus: als Apostel zullen ze je al gauw vermoorden. Johannes: jij moet nog balling worden op Patmos. Ver van huis en vrienden. Als ze de ogen opslaan zijn Mozes en Elia weer weg. Jezus is weer alleen. Hij is er weer zoals we Hem kennen: gewoon en alledaags. Je kunt zomaar weer aan Hem voorbij gaan. De beker gevuld tot aan de rand met de bittere gal van alle menselijke schuld, zonde, pijn, gemeenheid, kleinheid: alle nood van de wereld – die beker zal Hij moeten drinken. Bloed, zweet en tranen totdat – totdat in de Tuin van de Opstanding de schoonheid van God opnieuw stralend opgaat over de Mensenzoon. Lijdenstijd totdat “de grote zomer” zal komen “vol groene eeuwigheid”. “Schoonheid is een gestalte van hoop” schrijft in zijn dagboek een dominee van Meppel. Schoonheid die straalt over het leven van mensen in alle eenvoud: je krijgt weer kracht om te leven. Je vertrouwt de weg van Mozes en Elia. “God is zo groot zo schoon”. Zou jij – zou ik dan “voor Zijn troon Hem lof en dank toezingen?” Geest van Christus: “Omdat Gij ons leven duldt voor Uw aangezicht mag ik in alle eenvoud “U geven de weerglans van het licht”. Je neemt je kruis op je en draagt het vrolijk achter Jezus en je wordt een mooi mens. 
AMEN 

 

 

 

 

 

| in Preek van de week.