14 juli 2019

 

Lezingen:
eerste lezing: Deuteronomium 5: 1 t/m 21 en Deuteronomium 30: 11 t/m 14
tweede lezing: Lucas 10 : 25 t/m 37
Voorganger: ds. Dick van der Vaart

De Barmhartige Samaritaan –beeld van een vruchtdragend ego
“ Meester wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwig leven? “ vraagt de wetgeleerde aan Jezus. Hij vraagt niet : “Hoe kom ik in de hemel?”maar : “ Hoe kan mijn leven zin krijgen , vervuld worden, vreugdevol worden? “ Deze vraag komt vroeg of laat bij ons allemaal boven drijven.
Meestal zo op de middelbare leeftijd.
Want daarvoor ben je veel te druk met overleven. Je moet al je kinderziektes doormaken om een goede weerstand op te bouwen. Je moet je leren handhaven in de klas. Je moet je schooldiploma’s zien te halen. Je moet werk zien te vinden en een partner. Je moet kinderen krijgen en opvoeden.
Kortom je moet een plaats in de samenleving zien te veroveren.
De instantie die daarvoor zorgt is ons ego.
En dat is een hele goede instantie.
Ego heeft ten onrechte een slechte naam gekregen door het woord:”egoïsme. “ Maar ego helpt ons te overleven. Ego zorgt ervoor dat we terugschrikken voor vuur en voor hoogte en voor een auto die komt aanscheuren. Ego zorgt ervoor dat we wegduiken wanneer iemand een steen naar ons hoofd gooit. We mogen ons ego dankbaar zijn want die heeft ons gebracht waar we nu zijn.
Maar op een bepaald moment in ons leven dan hebben we de gevaren van onze jeugd overleefd en hebben we een positie in de samenleving verworven en
denken we bij ons zelf : “Is dit nu alles?”
Heb ik daar al die moeite voor gedaan? Dat is de vraag van de wetgeleerde: “ Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?
“ En het antwoordt van Jezus: “ Heb God lief heel je hart, heel je ziel en al je kracht en je naaste als jezelf. “ luidt vertaald: “ Doorbreek je ego. “ of : “Overstijg je ego en je zult heel veel geluk ervaren. “
Elders zegt Jezus: “ Wanneer de graankorrel niet in de aarde valt en sterft kan hij geen vrucht voortbrengen. “ Deze uitspraak van Jezus is vaak verkeerd verstaan. De graankorrel hoeft niet te stérven, dan zou er niets gebeuren en zou hij gewoon verteren in de aarde. Nee, de graankorrel moet niet sterven maar openbreken. Dan kan de graankorrel ontkiemen en vrucht voortbrengen. De graankorrel is symbool voor ons ego.
De graankorrel is goed. Ons ego is goed.
Maar graankorrel en ego mogen openbreken om vrucht voort te brengen. De priester en de Leviet zijn beelden van het ego voordat het opengebroken is. Ze lopen door het gebied waar rovers actief zijn. Ze voelen zich niet veilig. Ze kijken schichtig om zich heen. Dan schrikken ze . Ze zien de gewonde man liggen. Ze weten dat de rovers niet ver weg kunnen zijn en lopen snel verder. Ego zet ze hiertoe aan.
Ego helpt ze overleven. Jammer voor de gewonde man. Maar ego zorgt er wel voor dat de priester en de Leviet ’s avonds weer bij vrouw en kinderen aan tafel schuiven. Dan komt de Barmahartige Samaritaan eraan.
Hij is het beeld van een graankorrel , van ego dat opengebarsten is , ontkiemt is en nu vrucht voortbrengt. De Barmhartige Samaritaan weet ook dat hij door een gebied reist waar rovers actief zijn maar hij maakt zich er niet zo druk om.” Leven is méér dan overleven “ weet hij.
En mocht zijn laatste uur geslagen zijn dan heeft hij er in ieder geval tot het laatste moment van genoten. Vrolijk fluitend rijdt hij op zijn ezeltje en geniet van het natuurschoon. Dan valt zijn oog opeens op de gewonde man. Hij wordt met ontferming over hem bewogen. Hij stapt af, spreekt hem liefdevol en geruststellend toe, verzorgt zijn wonden, geeft hem wat te drinken , helpt hem op zijn ezel en brengt hem naar de herberg. Hij laat geld achter en vraagt de herbergier om verder voor hem te zorgen. Dan stapt hij weer op zijn ezeltje en rijdt weer vrolijk fluitend verder.
Zijn gedachten zijn alweer elders. De Barmhartige Samaritaan is geen full-time hulpverlener.
Hij rijdt niet langs de wegen om te kijken of er nog meer gewonden liggen die zijn hulp nodig hebben. Hij denkt niet : “ Ik moet een goed mens zijn en daarom anderen helpen. “ Dat zou een moralistische en dus egocentrische overweging zijn. Hij denkt ook niet: “ Mijn godsdienst schrijft me voor dat ik zoveel mogelijk tijd besteed aan het helpen van mensen. “ Ook dat zou een egocentrische overweging zijn. Maar het ego van de man is opengebroken. Hij hoeft zijn bestaansrecht niet te verdienen door zich in te zetten voor zijn medemens.
Hij hoeft voor zichzelf geen zelfbeeld van goed mens op te houden. En ook aan de mensen om hem heen probeert hij er niet van te overtuigen dat hij een heilige zou zijn. Hij is vrij van moralisme en verpletterende godsdienstige plicht.
De man die hij net geholpen heeft is hij alweer vergeten maar mocht hij weer een gewonden tegenkomen dan zou hij hem zonder aarzelen weer helpen. Want zijn ego , zijn hart is opengegaan .
Daardoor kan hij werkelijk worden geraakt door de schoonheid van de natuur, is hij niet meer alleen bezig met overleven en raakt hij met ontferming bewogen wanneer hij een medemens ziet lijden. De graankorrel die in de aarde ligt te slapen wordt gewekt door de warmte en het licht van zachte zonnestralen en breekt dan open. Ons ego wordt gewekt door de warmte en de liefde van God. Ons ego blijft ook na het openbreken zijn levensreddende werk doen. Helpt ons terugdeinzen voor gevaar.
Denk aan Jezus’ angst in de Hof van Gethsemané. Jezus’ ego waarschuwde hem met recht.

Jezus luisterde serieus naar zijn ego. Hij zal nog overwogen hebben om te vluchten maar realiseerde zich toen: “Nee, leven is meer dan overleven en God zal me redden, ook uit de dood.” Wat zou het mooi zijn wanneer de mensen uit Hoogeveen van ons zouden zeggen: “ Die Protestanten dat is een leuke club.
Ze zijn altijd vrolijk en ogen zorgeloos, het zijn levensgenieters maar ze staan altijd klaar om te helpen, niet alleen elkaar maar ook mensen van buiten !
“ Amen.

| in Preek van de week.