preek afscheidsdienst 11 maart 2018

 

Klein Pasen

afscheid ds. Hetty Boersma

Lezingen Jozua 4,19-5,1 en Jozua 5,10-12 en Johannes 6, 1-15

Gemeente van Jezus Christus,

,,Alweer de broden en de vissen’’, zuchtte ik toen ik zag dat we deze zondag over de wonderbare spijziging zouden lezen. Voor mijn gevoel hadden we het verhaal net gehad. U herinnert het zich misschien nog. Het was vorig jaar in de veertigdagentijd. Na een kerkdienst met gedegen schriftuitleg vond ik toch ook dat we samen de door God gegeven overvloed moesten proeven en ervaren. Als gemeente vormden we een grote kring. We deelden vijf broden en vele dropvissen. Er was zo veel over dat we nog een week lang van de koster drop bij de koffie kregen. Het was echt samen delen. Samen vieren. Gemeente zijn.

Alweer de broden en de vissen! Heb ik er niet alles al over gezegd? Dacht ik. Maar het is net als bij de andere teksten die we jaar na jaar lezen, zoals met Kerst en Pasen. Je hoort steeds opnieuw dezelfde woorden en toch…ze blijven ons voeden en vormen. Sommige verhalen uit de Bijbel kennen we misschien wel uit ons hoofd, maar dan nog kan het jaren duren voordat ze indalen, echt onderdeel worden van ons eigen leven, vlees en bloed worden in ons zelf. Of misschien was dat eerder wel zo, maar ben je inmiddels ouder geworden, heb je een andere baan gekregen of ben je kleiner gaan wonen. Je hebt je partner verloren, je bent zelf ziek geworden. Je bent dichter bij God gekomen of juist verder van hem afgedreven. Kortom je bent nog steeds jezelf en toch is je leven anders en dus klinken de Bijbelse woorden anders. Ook vandaag is dat zo. We krijgen voedsel aangeboden, proviand voor onderweg. We kauwen erop als zijn ze brood en vis. Ook vandaag schenkt God ons zijn leven en liefde.

Het verhaal van de wonderbare spijziging is zes keer opgeschreven. Mattheus en Marcus vertellen het ieder twee keer. Lucas en Johannes ieder een keer. Elke evangelist legt zo zijn eigen accent. Soms zijn de aantallen net even anders. Dan zijn het weer 4000 mensen die gevoed worden, dan weer 5000. Soms worden de vrouwen en kinderen genoemd. Johannes doet dat niet. Marcus heeft het in een van zijn versies over zeven broden. De vissen tellen bij hem niet mee. Maar om precieze geschiedschrijving gaat het hier dan ook niet, noch om exacte aantallen of rekenkunde. In tegendeel zelfs. Want ik weet niet hoe het bij u vroeger op school is gegaan, maar ik heb op de basisschool niet geleerd dat je vermenigvuldigt door te delen. Jezus leert het me wel. En op hem heb ik mijn hoop gevestigd.

Zoals gezegd legt iedere evangelist zijn eigen accent. Johannes plaatst de gebeurtenissen bewust in het kader van Pesach, het joodse feest van uittocht, doortocht en intocht. De evangelist schrijf zijn boek zelf trouwens na Jezus’ kruis en opstanding. Voor Johannes is Pasen dus niet alleen het feest van de Exodus, maar ook het feest van Jezus’ verrijzenis uit het graf. Het is belangrijk dit te weten. Want zo snappen we waarom Jezus eerst het meer van Galilea oversteekt en pas aan de overkant van het meer zijn wonderteken doet.

Blijkbaar moet Jezus eerst doortocht maken, het doodse water over, dóór zelfs, voordat Gods toekomst kan beginnen. Net zoals het volk Israël dat moet. De Israëlieten gaan eerst dóór de Schelfzee, daarna nog eens veertig jaar dóór de woestijn om vervolgens met Gods hulp ook nog eens het water van de Jordaan te doorkruisen. Pas daarna. Ja pas na uittocht én doortocht vindt de intocht plaats. Pas dan doet God het volk nederliggen op grazige weiden en eten de Israëlieten volop van de opbrengst van het land.

Kortom er gaat nogal wat aan Gods feest vooraf. En ook voor ons is het veertigdagentijd. Het is nog geen Pasen.

En zo samen onderweg naar het grote feest, als gemeente van Christus, kan de schaarste van de woestijn of de diepte van het water je soms naar de keel grijpen. Ik denk aan de afgelopen tien, bijna elf jaar. Aan ontmoetingen met u waarin de schaarste zo pijnlijk voelbaar was. Ziekte die duurt, rouw die blijft schrijnen. Dat jij of je partner geestelijk achteruitgaat en dat je niet weet hoe je het moet volhouden. Voor sommigen voelt het alleen zijn als een schaarste. Een enkeling verdrinkt in zijn of haar huwelijk. Ik heb gemerkt dat bij zulke gesprekken in de huiskamer te grote woorden vaak niet gepast zijn. Gods belofte, Zijn toekomst, het land van melk en honing, het groene gras van psalm 23 en de wonderbare spijzingen. Al die grootse toekomstvisioenen doen soms bijna pijn aan je oren. Want je merkt er helemaal niets van. Je kan het zelfs nauwelijks nog geloven. En toch. Samen proberen we het uit te houden en samen eten we manna, brood uit de hemel. Vervolgens drinken we een klein slokje wijn. Het is zwaar in de woestijn en het water van de Jordaan lijkt onpeilbaar diep. Maar we klampen ons vast. Aan God, aan elkaar. We zijn niet alleen.

Ik denk bij schaarste ook aan minder ingrijpend leed, dat toch kan benauwen en zorgen kan baren. Want hoe je het ook wendt of keert, ook de Oosterkerk is veel minder vol dan elf jaar geleden. De ontkerkelijking en secularisatie zitten zo diep in ons huidig tijdsgewricht, dat zelfs een Top2000 dienst of Levende Kerststal daar geen verandering in kan brengen. Met heimwee vertelt u mij over vroeger. Toen waren er elke zondag twee ochtenddiensten. Toen moesten zelfs de bankjes uitgetrokken worden. Daar is nu zelfs op hoogtijdagen geen sprake meer van. Ik kan me het gevoel van leegte voorstellen. Ik heb er zelf ook last van. En dan de dreigende sluiting van ons gebouw. De vergrijzing. De predikant die vertrekt.

Ook voor ons als gemeente is het veertigdagentijd, geen Pasen.

Maar dat wil niet zeggen dat God afwezig is of vergeten kan worden. Als Israël de Jordaan is overgetrokken krijgt Jozua de opdracht om twaalf stenen op te richten. De twaalf stenen zijn bedoeld als teken. Wie weet slaat ook in Israël de secularisatie toe. Maar wie weet, zullen kinderen vragen waarom de twaalf stenen er staan. En dan kunnen de verhalen worden verteld. Over God die grote dingen doet, die het volk heeft bevrijd, door de Schelfzee heeft geleid en door de woestijn en door de Jordaan.

Hoe zien de twaalf stenen in ons leven eruit? Wat herinnert ons of onze kinderen aan de grote daden Gods. Zou dit kerkgebouw zo’n gedenksteen kunnen zijn? Misschien. Ik hoop het. Maar zelf denk ik toch vooral aan hoe uw levens getuigen van geloof, hoop en liefde, van Gods verborgen werking in en door alles heen. We zijn deze week begonnen met de huiskamergesprekken. Zondag was ik in gesprek met vijf jong volwassenen, met vijf levende stenen. Ik fungeerde even als het kind dat vragen mocht stellen. Waarom staan die stenen daar? Vertel eens…. En een voor een vertelden de jonge mensen over hun aarzelingen en twijfel, maar vooral ook over hoe ze door God wegen kiezen, die ze anders niet gekozen zouden hebben, over hoe Jezus hen roept. Nee het was vorige week zondag geen Pasen, maar door deze levende stenen geloofde ik er wel weer in. Ik geloofde dat het Pasen is geweest en dat het weer Pasen zal worden. God is trouw.

Bij de Jordaan staan twaalf stenen. Aan het meer van Tiberias zijn het twaalf manden met overgebleven brood die getuigen van Gods grootheid en zorg. De leerlingen hebben in de versie van Johannes niet zo’n belangrijke taak. Niet zíj delen hier uit van de schamele voorraad brood en vis. Jezus doet het. Later in Johannes noemt Jezus zichzelf het levende brood. Nadat Jezus het meer heeft doorstoken, deelt hij dus eigenlijk zichzelf. Zo bezien is deze geschiedenis een vooruitblik op Pasen. Na de doortocht door de dood, schenkt Jezus zijn leven, zijn liefde, zijn lichaam. En deze overgave resulteert niet in leegte en gemis, maar in overvloed. Er is genoeg voor iedereen en er zijn nog twaalf manden over.

Theologie en ethiek liggen hier heel dichtbij elkaar, vloeien in elkaar over. Want Jezus’ gave aan ons maakt dat wij kunnen doen wat moet gedaan. Als we die gave niet zien, niet ontvangen dan dreigt ons eigen geven en delen krampachtig te worden. We raken moe of uitgeput. We nemen elkaar de maat. Worden bang niet genoeg te zijn, niet genoeg te geven. Maar dat is niet nodig. De twaalf manden getuigen van Gods overvloedige geschenk aan ons, in en door Jezus. Door die overvloed kunnen wij zonder angst verder delen. We worden er niet minder van, maar meer. Er is genoeg.

Bijna elf jaar hebben u en ik dit samen kunnen vieren en oefenen. Door te delen met elkaar en te delen met anderen. Ja er zijn fouten gemaakt. Ook door mij. Dan dacht ik dat ik te weinig had of te weinig was. Of dan dacht ik dat alles van mij afhing. Ik verloor het contact met de ware gever. Tsja en dan zijn vijf gerstebroden en een paar visjes echt te weinig. Maar ondanks dat struikelen, keerden u en ik steeds opnieuw naar de bron. We lazen uit de Bijbel, zongen, baden. We deelden brood en wijn, verdriet en vreugde, geloof en leven, openden ons hart voor God.

Nu kijk ik samen met u achterom en zie ik twaalf stenen staan, én twaalf manden met overvloed. Geloof, hoop en liefde, in ons vlees en bloed geworden en door God gegeven. Nee het is nog geen Pasen. Maar het is wel Pasen geweest en het zal weer Pasen worden. Hier in Hoogeveen, in Gramsbergen, ja overal ter wereld.   Dat wij dat zien. Dat we erin geloven, erop vertrouwen. Ook in tijden van schaarste. Totdat hij komt. Amen

 

 

| in archief.