1 november 2020, jeugddienst

 

Voorganger: ds. Dick van der Vaart

Lieve mensen,

De lezingen van vanmorgen zijn uit Marcus 7.
De jongeren hebben zojuist een tweespraak laten horen naar aanleiding van het eerste deel van Marcus 7. Ik zal nu iets zeggen over het tweede deel van Marcus 7 het verhaal over Jezus en de Syro- Fenicische vrouw. Deze jeugddienst was geplant op vredeszondag. Als thema hadden we bedacht: “ Woorden kunnen wel pijn doen ! “Wanneer kinderen op een schoolplein elkaar uitschelden dan roepen ze elkaar toe: “Schelden doet geen pij-ijn ! Schelden doet geen pij…ijn! “Maar dat klopt niet: woorden kunnen wel pijn doen. We weten allemaal hoezeer woorden kunnen doen. Hoe je gekwetst kunt worden door woorden van anderen. En helaas zijn het niet alleen kinderen die elkaar met woorden pijn kunnen doen. Ook volwassenen kunnen bijzonder kwetsend zijn.

In de afgelopen week zagen we dat ook in de journaals. Er zijn Nederlanders die zich bijzonder boos maken over de maatregelen die de regering neemt om het Corona-virus in te dammen. Zij geloven helemaal niet dat er een virus is maar menen dat het een verzinsel is van de fabrikanten om rijk te kunnen worden van de verkoop van mondkapjes en vaccins. Zij geloven dat er een complot achter zit. Voor het journaal zagen we hoe deze complotdenkers voor hert gebouw van de tweede kamer, ministers en kamerleden allerlei kwetsende woorden toeschreeuwden: pedofielen! hoeren! enzovoort. Woorden kunnen kwetsen. Woorden kunnen pijn doen.

En kwetsende taal is dikwijls een voorbode van lichamelijk geweld. Vele mensen kunnen het bij schelden houden. Maar er zijn altijd een paar mensen die zo opgehitst worden door het schelden dat ze tot lichamelijk geweld over gaan. Dan heb je een burgeroorlog in het klein.

Wanneer wij nu van iemand geen kwetsend taalgebruik zouden verwachten is het van Jezus. Jezus is toch bij uitstek iemand die mensen géén pijn wil doen met woorden menen wij. Hij is toch vol liefde. Hij is toch de vredestichter bij uitstek.

En dat is denk ik ook zo maar hoe moeten wij dan die woorden verstaan die Jezus spreekt tegen de Syro – Fenicische vrouw die aan Jezus vraag om haar dochtertje te genezen? Jezus zegt immers tegen haar: “Het is niet goed om de kinderen hun brood af te pakken en het aan de honden te geven ! “

Om het verhaal te kunnen begrijpen moet ik jullie even een paar dingen vertellen:

We lezen dat Jezus zijn intrek neemt in een huis in Tyrus. Tyrus ligt buiten Israël. Dit is één van de weinige keren dat Jezus naar het buitenland gaat. Hij neemt zijn intrek in een huis en wil niet dat iemand dat weet. Er staat niet bij waarom Hij dat niet wil maar we kunnen vermoeden dat Hij even rust zoekt. Hij wordt altijd omringd door heel veel mensen die allemaal iets van Hem willen. Hij wordt er doodmoe van en heeft rust nodig. Je zou kunnen zeggen dat Hij naar Zijn vakantiehuis in het buitenland gaat. En hij hoopt dat Hij in het buitenland niet herkent zal worden.

Maar zoals Willem Alexander en Maxima ook vaak gespot worden wanneer ze incognito in het buitenland verkeren zo wordt Jezus ook snel gespot. Het gerucht dat Hij in een huis in Tyrus verblijft gaat als een lopend vuurtje rond.

We lezen dat een vrouw die een dochter heeft die bezeten is van een demon zodra zij dit hoort naar Jezus toegaat voor Hem op de knieën valt en Hem smeekt haar dochtertje te genezen.

Wij in onze tijd en cultuur zouden niet zeggen dat het dochtertje van de vrouw bezeten zou zijn door een demon. Wij zouden vandaag zeggen dat het meisje psychiatrische problemen heeft en de hulp nodig heeft van een psychiater. Maar zo dacht men toen nog niet. Een psychiatrische ziekte duidde men in religieuze taal.

Van de vrouw wordt gezegd dat ze van Syro – Fenicische afkomst is. Dat zegt ons niet zoveel. Maar je moet weten dat koningin Izebel uit het Oude Testament ook van Syro – Fenicische afkomst was en zei probeerde de profeet Elia te doden. Zij was dus een vijand van het volk Israël. Door de moeder van het zieke dochtertje Syro-Fenicisch te noemen wordt ook zij afgeschilderd als een vijand van het Joodse volk.

Nu komt een vijand van het Joodse volk de welverdiende rust van Jezus verstoren. Ze valt Hem lastig in Zijn vakantiehuis.

Deze Syro-Fenicische vrouw is een prachtige vrouw en een moedige vrouw en ze kan een rolmodel zijn voor jullie meiden van de Tienerkerk.

Hoewel ze weet dat ze beschouwd wordt als vijand van het Joodse volk, hoewel ze weet dat het voor een vrouw niet fatsoenlijk was om zich zo maar te wenden tot een haar onbekende man, gaat ze onbevreesd naar Jezus toe. Ze wéét wat ze wil: genezing voor haar dochtertje. Ze laat zich niet door vooroordelen of fatsoensregels tegenhouden.

Ze valt voor Jezus op de knieën en smeekt Hem haar dochtertje te genezen. Hij is een goede man en een heilige man. Hij zal het zeker doen!

Maar wat doet Jezus? Hij reageert niet begripvol en liefdevol maar Hij zegt tegen haar: “Het is niet goed om de kinderen hun brood af te pakken en het aan de kinderen te voeren! “De kinderen , dat zijn de Joden en de honden dat zijn de heidenen. Is het niet bijzonder kwetsend wat Jezus hier doet? Hoe reageert de vrouw (let op meiden van de Tienerkerk!) zei laat zich niet door de woorden van Jezus uit het veld slaan maar ze blijft fier overeind staan en antwoordt Jezus: “Heer, de honden onder de tafel eten toch de kruimels op die de kinderen laten vallen? “En ze kijkt Jezus krachtig en vol zelfvertrouwen aan. “

Jezus schiet in de lach en antwoordt: “Dat hebt u goed gezegd! Ga naar huis de demon heeft uw dochter al verlaten. “

 

Je kunt dit verhaal op verschillende manieren lezen. Het is mogelijk dat Jezus tot dat moment dacht dat Hij er alleen zou hebben te zijn voor de Joden. Dat is aannemelijk omdat Joden geen zendingsdrang hebben. Joden vinden niet dat iedereen Joods zou moeten worden.  “God gaat met ieder volk zijn eigen gang “zo menen ze. En nu zou het kunnen zijn dat deze vrouw Jezus er de ogen voor opent dat hij er niet alleen voor de Joden is maar ook voor de heidenen, de volkeren van de wereld. Dat betekent dat we een groot respect voor haar mogen hebben. Ze is een leraar voor Jezus.

 

Het zou ook kunnen zijn dat we het verhaal in een heel ander licht moeten lezen. Daarvoor wil ik jullie een schilderij van Jan Steen laten zien.

Een prachtig tafereel met humor geschilderd. Een vrolijk tafereel. Ook de hondjes springen vrolijk in het rond. De hondjes die Jan Steen geschilderd zijn, zijn vriendelijke, wanneer je iemand uitscheldt voor “hond” of een heel volk “een volk van honden “noemt dan heb je niet zulke lieve hondjes voor ogen maar “rothonden. “Zou het kunnen zijn dat Jezus toen Hij tegen de vrouw zei dat het niet goed is om het brood van de kinderen af te pakken en het aan de honden te voeren een olijke blik in Zijn ogen had en een glimlach rond zijn mond en bij “honden “geen rothonden voor ogen had maar vrolijk spelende hondjes zoals op het schilderij van Jan Steen?

Jezus woorden waren niet bedoeld om de vrouw te kwetsen maar om haar uit te dagen op fiere en zelfbewuste wijze voor zichzelf op te komen.

Jongeren van de tienerkerk: Deze Jezus en deze vrouw wil ik jullie vanmorgen voor ogen houden. Zoals Jezus naar deze vrouw keek zo kijkt Hij ook naar jou: met liefdevolle en vriendelijke ogen. En Hij daagt ook jullie uit om ruimte in te nemen. Jullie mogen er zijn. Sterker nog: het is goed dat jullie er zijn! Jullie zijn een verrijking van het leven van de mensen om jullie heen.

Tot slot: Jezus zei tegen de vrouw: “Het is niet goed om de kinderen hun brood af te pakken en het aan de honden te geven.” De vrouw antwoordde: “Heer de honden onder de tafel eten toch de kruimels op die de kinderen laten vallen? “Jezus suggereert dat er niet voldoende brood is. De vrouw antwoordt dat ze aan een paar kruimels genoeg heeft. Welk verhaal staat er denk je in het volgende hoofdstuk? Inderdaad het verhaal over de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging. Jezus heeft maar twee broden maar Hij breekt en Hij breekt en Hij breekt en hij voedt er een hele menigte mensen mee. Er is genoeg brood voor iedereen!

Amen.

 

| in Preek van de week.