1 april 2018, Pasen, Preek

 

Lezing:  Kolossenzen 3, 1-4 en Johannes 20, 1-18

Gemeente van Christus,

Jannie, Hans, Roelie, Bram… We hebben allemaal een naam gekregen bij onze geboorte. Hij is ons eerste cadeau. Onze naam zegt wie wij zijn. Geen ander woord draagt voor ons zoveel betekenis als onze eigen naam. Vooral als iemand je bij je naam roept van wie je veel houdt. Of denk aan de doop: God zelf roept mensen bij hun namen en doet een bijzonder, eeuwig verbond ontstaan.

Het is daarom ook niet zo gek dat zo’n intiem woord, Maria’s eigen naam, uit de mond van de Opgestane plotseling haar hart opent. Een beetje zoals jullie net verbaasd opkeken toen ik een paar namen noemde, alleen vele malen sterker, want Maria zat gevangen in een akelige nachtmerrie. Haar heer en meester was vermoord en tot overmaat van ramp werd haar ook nog de plek om te rouwen ontnomen, want zijn lichaam lijkt geroofd. Pas als zij Jezus haar naam hoort roepen, ontwaakt ze uit haar droom. Ineens herkent zij Jezus, en begrijpt zij wat er gebeurd is. De sluier van haar tranen en haar verdriet wordt  weggerukt, en opgelucht en gelukkig als zij is, wil zij hem nooit meer loslaten. Toch is dat precies wat de Jezus van haar vraagt: “Houd me niet vast”, of “Laat me los!” De opgestane Jezus aanraken is geen probleem, hem vasthouden wel. Vasthouden, daar zijn wij erg goed in, maar loslaten hoort niet tot onze sterke kanten. Dat vinden we lastig. Zeker als het gaat om het aanvaarden van een veranderde situatie, van een nieuwe werkelijkheid. We hechten aan gewoontes, de normale gang van zaken, de bekende plekken.

Kijk naar Maria! Hoeveel signalen van de opstanding zij over het hoofd ziet en op haar gewone, oude manier interpreteerde. De weggerolde steen, het ontbreken van het lichaam, twee engelen en zelfs Jezus die voor haar staat. Ondanks al deze signalen blijft Maria gevangen in haar rouw en verdriet, in haar oude logica die haar zegt: iemand móet het lichaam van Jezus gestolen hebben. Het oude, gewone, bekende loslaten? Ho maar!

Ik denk dat dat herkenbaar is, want wij zijn ook vaak vastgeroest in onze denkpatronen en ideeën. Ook wij houden vaak krampachtig vast aan een wereldbeeld waar het enig onomstotelijk zekere de dood is. Waarom zijn wij mensen eigenlijk zo vasthoudend? Waarom houden wij graag iets of iemand vast, zoals Maria Jezus vasthoudt? Iemand die iets of iemand vasthoudt, wil die ander dicht bij zich houden. Zo zal een kind je hand vasthouden als je met hem een grote winkel binnen gaat. Dat geeft veiligheid want anders zou het kind kunnen verdwalen. Een zieke kan je vragen of je haar hand vasthoudt, want zij zou kunnen verdwalen in haar angst voor de dood. Twee geliefden zeggen tegen elkaar ‘houd me vast’, want anders zouden zij in eenzaamheid en verlies kunnen verdwalen. En wij houden allemaal vast aan onze overtuigingen, want anders verdwalen we en gaan we op in de massa. En onze gewoontes, onze bekende plekken en paden? Die houden wij vast omdat zij bij ons levensverhaal horen en ons vertellen wie wij zijn. Zonder al dit zijn we bang, verdwalen wij in het niets.

Vasthouden gaat dus over de angst dat je verdwaalt in het leven, de angst voor eenzaamheid en zinloosheid. De angst dat niemand werkelijk op je zit te wachten. De angst dat niemand je leven deelt en je aanneemt zoals je bent. Vasthouden is het bestrijden van leegte. Wij houden vast aan principes, gewoontes, patronen en ideeën en maken ze tot bouwstenen van het huis dat leegte, eenzaamheid en zinloosheid buiten moet houden. Die angst is te begrijpen. Onze oplossing om tot het krampachtige aan toe vast te houden is menselijk. En, dat wil ik niet ontkennen, het werkt ook meestal. Alleen is vasthouden een tweerichtingsverkeer. Als we iets vasthouden, legt dit ook omgekeerd ons vast. Het maakt ons zwaarder, logger en minder flexibel. Vasthouden kan ontaarden in vastgeroest zijn. Ons verlangen naar gemeenschap en intimiteit kan ontaarden in een angstige claimcultuur. ‘Houd me vast’ betekent dan: blijf bij me. Of zelfs: jij bent van mij! Daarom kan onze neiging om vast te houden ook snel problematisch worden als het om een geliefde gaat. Of om God. Want allebei, onze dierbaren en God zijn veel meer dan instrumenten die je inzet om een dreigende leegte het hoofd te bieden. Misschien hebt u zelf ooit wel een relatie meegemaakt die door zo’n angstig claimen kapot ging. Daarom vraagt Jezus Maria: “Laat me los!” Want juist dat loslaten schept ruimte, nabijheid en intimiteit. Nabijheid die niet claimt, maar bestaat uit ontvankelijkheid en verwachting. Nabijheid die de dreigende leegte verandert in ruimte voor ontwikkeling en vrijheid, liefde en ontmoeting. In ruimte voor het werken van de Opgestane, van de Heilige Geest, van God.

Want het spannende is, dat de opgestane Jezus de ruimte die ontstaat als wij loslaten, juist vult. “Houd me niet vast”, zegt Jezus tegen Maria, “ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.” De Opgestane noemt zijn volgelingen broeders en zusters, van elkaar en van Jezus. Wij zijn allemaal kinderen van dezelfde Vader, van God. Pasen is een echt familiefeest, omdat de opstanding van Jezus ons allemaal, Christus en God tot één grote familie maakt. Een familie waar niemand eenzaam hoeft te zijn, waar lief en leed gedeeld worden, waar angst en leegte buiten de deur gehouden worden, waar zin is en leven, steeds weer verrassend, steeds weer nieuw. Omdat de Opgestane ons altijd nabij is. Omdat God van ons houdt met een liefde die zelfs de dood overwint.

Dat is opstanding! Dat is de kracht van de nieuwe schepping. Iets nieuws dat ook op een nieuwe manier gezien en begrepen wil worden. Zo roept de Opgestane ook ons toe: Houd me niet vast! Houd me niet vast in al je begrensde ideeën over mij. Ik ben opgestaan. Voor mij is niets onmogelijk. Houd me niet vast in al je begrensde verwachtingen aan jezelf. Ik sta ook in jou op. Je hoeft nooit meer bang te zijn voor zinloosheid of leegte. Je mag weer opademen en op krachten komen. Houd me niet vast in jouw begrensde hoop voor de wereld. Overal in de hele wereld sta ik op. Overal wordt mijn opstanding werkelijkheid, overal ontstaat leven sterker dan elke dood.

Lieve mensen! De Opgestane roept ook ons allemaal bij onze naam! Laten wij ons door hem uit al het oude, gewone en van de gebaande paden werpen! Laten wij van hem loslaten leren. Als het moet ook het loslaten van ons kerkgebouw dat zoveel voor ons betekent. Laten wij door de kracht van de opstanding onze ogen, onze oren en ons hart openen. Opdat wij een toekomst vol kansen en mogelijkheden, vol zegen en bloei kunnen zien in al het nieuwe dat op ons wacht, in alle veranderingen die op ons af komen. Opdat wij alle signalen van opstanding in ons en om ons heen kunnen waarnemen en doorvertellen. Laten wij de opstanding in ons werkelijkheid worden. Opdat onze handen kracht, onze geest enthousiasme en onze mond verhalen van licht en leven ontvangen. Opdat wij net als Maria als boodschappers van hoop de wereld in kunnen gaan en kunnen verkondigen: “Jezus Christus is opgestaan! Hij heeft de dood overwonnen en allen het nieuwe, overvloedige, eeuwige leven gebracht!” Amen.

 

Hoogeveen, 1 april 2018, 1ePaasdag

Kolossenzen 3, 1-4 en Johannes 20, 1-18

Oosterkerk

| in 40 dagen & Pasen 2018, Preek van de week.